Bands die het decennialang met elkaar uithouden hebben vaak de behoefte zichzelf te vernieuwen, al is het maar om die verraderlijke sleur te mijden. The Fire Harvest is dus niet zo’n band. Met derde langspeler Open Water volgt het Utrechtse gezelschap ongekunsteld het getij: slowcore en altcountry, dreigend en sudderend in de beklemmende leegte. Je bent geneigd te zeggen dat niet veel Nederlands bands schatplichtig zijn aan artiesten als Songs:Ohia, Codeine en Low. Maar dan heb je het mis: in Utrecht alleen al zijn er aardig wat zielsverwanten actief binnen dit stramien, samen met The Fire Harvest onderdeel van een hechte, volhardende scene.

Een half uurtje later dan gepland ontmoeten we de helft van de band, de gebroeders Gerben (zang/gitaar) en Gibson Houwer (drums), bij Vechtclub XL, een florerende ontmoetingsplek aan de periferie van de stad. Ze tikken bij aankomst gelukkig niet geagiteerd op de horloges. Het is dit jaar gewoon lenteweer in februari, ergo, een mooi moment om de trailer waarin de backline wordt vervoerd weer eens op te krikken.

The Fire Harvest maakt weliswaar bij vlagen bloedstollende muziek, de Houwers zijn nuchtere figuren, bijna tot aan het onbeholpen toe. Gretig op de praatstoel zitten siert ze niet, en eigenlijk is het best ontwapenend voor een band die al zolang binnen intieme kring muziek maakt. Zelfs onder het bescheiden zonnetje ogen Gerben en Gibson een tikkeltje onwennig: alsof nadere uitleg juist de mysterie van hun muziek bezoedelt. Openbaringen worden achterdochtig weg gerelativeerd, en het zogenaamde ‘magische creatieve proces’ ‘nuanceert’ Gerben met de prachtige term ‘klootviolen’. Beide broers zijn opgegroeid in Sneek, dus dat Randstedelijke elan zit sowieso niet vanzelfsprekend in de botten. Liever met de benen ferm op de grond dan al dat zweverige gedoe.

“Muziek is het verpakkingsmateriaal om een beetje bij elkaar in de buurt rond te blijven hangen. Een band is natuurlijk net zo goed een beetje spelen voor grote kinderen.”

Toch klootviolen Gerben, Gibson en de andere broer, Maarten Houwer, intussen meer dan bijna twintig jaar samen in het bandjesbestaan. “Het begon bij We vs. Death,” herinnert Gibson zich.  “Maarten deed het geluid en ik reisde mee als lichtman. We vonden de band niet alleen tof, maar ook gewoon dat we met zijn drieën op pad waren.” We vs. Death – met Gerben als drummer – heeft het afgelopen decennium behoorlijk wat meters gemaakt: de band toerde onder andere door Europa, Japan, en Canada en bracht twee platen uit bij het in 2008 opgeheven label Zabel Muziek.

We vs. Death was de eerste band waarin Gerben de muziek kon maken die hij wilde maken, waar The Fire Harvest nog steeds het verlengde van is. Als tiener probeerde hij aanvankelijk zielsverwanten te vinden in Engeland; in die tijd had hij de Britpop verruild voor meer alternatieve muziek. Na een jaar ronddolen met zijn gitaar keerde hij met lood in de schoenen terug naar Utrecht om te gaan studeren. In de lokale muziekwinkel hing plots een bandadvertentie met ein-de-lijk de juiste referenties: ‘klinkt als’ Karate, Songs: Ohia, Red House Painters, Palace Brothers. Het enige probleem: de band in kwestie zocht een drummer, geen gitarist. Dat hield Gerben dit keer niet tegen: “Het maakte ons niet uit wie welk instrument bespeelde, wij wilden gewoon déze muziek maken.”

De ultieme viering

We vs. Death bevond zich vanaf het jaar 2000 in een perfect storm: postrock vierde hoogtij met bands als Sigur Rós, Godspeed You! Black Emperor en Explosions In The Sky, en We vs. Death werd toentertijd door media vrij gemakzuchtig als de Nederlandse tegenhanger van deze beweging bestempeld. Hoewel ze tegenwoordig diezelfde muzikale toetsstenen aantikken, stonden Gerben en Gibson met We vs. Death heel anders in de schoenen. De naam zegt het eigenlijk al: het is zwart of wit, nu of nooit, een kwestie van wat Gerben “de totale overgave” noemt,  het varen van de ambitieuze koers.

Toch waren de wateren misschien net iets te wild voor een professionele loopbaan als muzikant. Tien jaar geleden, in 2009, verklaarde We vs. Death zichzelf dood. Grappig genoeg is de ‘We’ nog altijd bedrijvig binnen de Utrechtse gitaarscene. Bassist Marten Timan bracht in 2015 onder eigen pseudoniem Boyle het fraaie Release uit bij het Amerikaanse SNFW Records. Voormalig gitarist Bart de Kroon speelt al een tijdje prachtige, rafelige altfolk als Homemade Empire. Als we alle projecten waar deze vriendenkring bij betrokken is geweest een plek moeten geven in dit artikel, zijn we gauw een paar alinea verder – met onderstaande playlist kom je in ieder geval een heel eind.

The Fire Harvest ontstond in 2012 niet om het succes van We vs. Death te evenaren. De band begon zoals de meeste bands binnen de Utrechtse DIY-scene: om connecties te onderhouden, om geïnspireerd te raken door andere creatievelingen. En stiekempjes is het gewoon een excuus “om samen te komen”, zoals Gibson onvermurwbaar stelt. “En dan ontstaat er organisch vanzelf wel iets.” Gerben knikt: “Het is de ultieme viering van die vriendschap: je wil gewoon in de buurt blijven van deze lui. Wij willen wat te doen hebben. We gaan niet een avondje uit om ergens te kletsen. Muziek is het verpakkingsmateriaal om een beetje bij elkaar in de buurt rond te blijven hangen. Je kunt bijvoorbeeld ook samen bowlen, dat is ook leuk. Een band is natuurlijk net zo goed een beetje spelen voor grote kinderen.”

Gibson: “We nemen het wel bloedserieus.”

Gerben: “We doen ons best wel, ik bedoel, kinderen nemen spelen ook heel serieus. Het is de bezigheid van kinderen om ook serieus te spelen, en daar echt hun best voor te doen.”

Het muzikantenleven mooier maken dan het daadwerkelijk is, dat is aan Gerben en Gibson niet meer besteed. Toch verklaart dat niet waarom beide broeders na tig jaar nog steeds ijverig in bandjes blijven spelen, en hun oefenruimte beschikbaar blijven stellen om DIY-shows op te zetten. Als het onderwerp van het gesprek kentert van The Fire Harvest naar de algehele Nederlandse scene, schieten zowel Gerben als Gibson in de kritische modus. De gevestigde infrastructuur doet volgens hen niet genoeg om lokale bands een podium te bieden, waardoor de scene van nature op zichzelf aangewezen is om op DIY-schaal liveshows te organiseren. Maar dat doen ze toch uiteindelijk met veel liefde en camaraderie. Het grote collectief, het wij-gevoel, is belangrijker dan ego’s voeden; het wordt gedaan omdat mooie muziek gewoon een plek verdient. Met die instelling blijft een scene vanzelf goed draaien.

Stilletjes zeker

Voor de neutrale luisteraar klinkt The Fire Harvest wellicht troosteloos en desolaat, maar vergis je niet, achter de pretentieloze, laconieke houding kunnen de broers de glunder en bevlogenheid toch niet helemaal verhullen. Ook in de oefenruimte van de band zien we subtiele aanwijzingen dat Gerben, Gibson, Jacco van Elst (ook frontman van het geweldige This Leo Sunrise) en Nicolai Adolfs regelmatig een gezellige avond hebben in de speeltuin. Er staan een stuk of twintig bierflesjes geparkeerd op de koelkast, er is een provisorische discovloer in de oefenruimte aangelegd. Het vorige album, dat werd geproduceerd door de Canadese country-excentriekeling Daniel Romano, droeg natuurlijk niet voor niets de titel Singing, Dancing, Drinking.

Voor Open Water ging The Fire Harvest opnieuw in zee met een Canadees: Michael Feuerstack. Die noordelijke nuchterheid bevalt klaarblijkelijk goed. Gibson knikt: “We hebben vier jaar geleden met hem een rondje Duitsland gedaan, toen speelden we als zijn backingband en voorprogramma. Dat beviel heel goed, en Nicolai kende hem al wat langer. Het is een hele fijne vent.” Net als bij de samenwerking met Romano fungeerde Feuerstack min of meer als het vijfde bandlid, maar wel een bandlid dat – op verzoek van The Fire Harvest zelf – het voortouw nam. “Michael heeft meegedraaid en neemt vervolgens de nummers mee naar Canada om alles af te mixen. Maar Open Water was ook zijn speeltuin. Er zitten elementen op de plaat die wij zelf niet bedacht hebben.”

Misschien is dat ook een beetje wat Open Water vertegenwoordigt: lekker losjes de muziek uitwerken zonder al teveel toeters en bellen, en blind vertrouwen op elkaars input omdat iedereen, naast vriendschap, ook fan is van elkaar. Als je Gerben en Gibson hoort praten over hoe de liedjes tot stand komen, klinkt het soms bijna alsof The Fire Harvest nog een beginnende band is, geen hecht collectief van ervaren werkpaarden. Gerben werkt aan rudimentaire ideetjes op zijn iPad, die hij voorlegt aan de rest van de band. “De nummers zijn meestal nét af genoeg om samen te spelen, maar niet af genoeg dat iedereen van elkaar weet wie wát gaat spelen,” legt Gerben uit “De muziek is vaak nog lang niet in zijn definitieve vorm, en als je de demo’s terug luistert vraag ik mij nog regelmatig af: ‘Deden we dat eerst ook?’ Mijn demo is stiekem meer een voorstel om vervolgens samen te kunnen spelen. En wat er uitkomt, dat is gewoon wat er uitkomt.” Gibson: “Het is dus fijn dat iemand als Michael richting aangeeft.”

“De nummers zijn meestal nét af genoeg om samen te spelen, maar niet af genoeg dat iedereen van elkaar weet wie wát gaat spelen.”

Gerben bekent dat hij en Adolfs beiden weer gitaarlessen volgen, al is het maar om creatief gezien de duimschroeven iets steviger aan te draaien, om zo te spelen met meer scherpte en intentie. “Ik snap een klein beetje beter hoe dat nu allemaal werkt, dat vind ik ook leuk, dat je in die zin ‘muzikaler’ wordt. Ik merk ook dat we het daar steeds vaker over hebben. Voorheen was het gewoon: ‘Ik speel deze akkoorden, dan kunnen jullie makkelijk volgen’. Het is grappig dat je plots anders communiceert wanneer je nieuwe kennis en vaardigheid erbij optelt.”

Die ongrijpbare horizon

Op afsluiter ‘The Sun And The Sea’ zingt Gerben: “To draw a heart means nothing to me / It’s just an organ we need”. Tussen de kale stiltes van de band schroeit zijn stem als een vers geopende wond. The Fire Harvest is zeker geen band die wil verbloemen, dus dan vraag je je toch af waar die urgentie nu precies vandaan komt.“The sun and sea are essentially part of the same particles as me”, vervolgt Gerben cynisch in het nummer. Voor het betere deel van zijn jeugd jaagde hij die wilde droom na, de vrijheid van het muziek maken met vrienden en gelijkgestemden. Kan zoiets puurs en altruïstisch – binnen al die vreemde kronkels en wilde stroomversnellingen die gepaard gaan bij volwassenheid, vaderschap en verantwoordelijkheden – nog standhouden?

Gerben, met lichte fonkel in zijn ogen, doet een voorzichtige poging dit bekende dilemma te ontcijferen: “Als je 22 bent, denk je dat je er al een heel eind bent. Daarna besef je steeds meer dat de grilligheid van de maatschappij nogal wat ‘onvolwassen’ impulsen teweeg brengt. Ik beschouw deze band als een ontsnapping aan de wereld, en als ik thuiskom bij mijn vrouw en kinderen ook. En als ik op mijn werk ben en de baas moet spelen voor iedereen, ontsnap ik net zo goed. En daar zitten best veel raakvlakken, want je hebt je steeds weer te verhouden tot je eigen volwassen gedrag en het onvolwassen gedrag van anderen. En dáár probeer je  juist een beetje volwassenheid in te tonen. En je hoopt dat mensen daar ook in meegaan. Ik zei eerder in dit gesprek dat The Fire Harvest onze speeltuin is, maar we moeten het wel ‘volwassen’ brengen, want er komen wel mensen kijken. Die plaat moet op tijd af zijn, we moeten op tijd bij de shows zijn.” Hij lacht schuchtertjes. “En jij verwacht volwassen antwoorden op de vragen die je stelt.”

De ideale oplossing is ver te zoeken, en eigenlijk bekommert The Fire Harvest daar zich niet om. Hoe ouder je wordt, hoe meer je stilstaat en twijfelt bij de stappen die je waagt, dat is nu eenmaal zo. Het is twee stappen vooruit, en dan weer een stap achteruit, zoals The Fire Harvest zo prachtig vangt in nummers als ‘River Dam’ en ‘Spring’. Wat is vrijheid nu écht, en waar vind je die vrijheid precies in een krimpende, getroebleerde wereld? In die kleine momenten misschien, waar je heel eventjes de discolampen op mag hangen in de oefenruimte, of vrienden kunt uitnodigen om een potje te spelen, los van verwachtingen en kaders.

‘Picture Of A Man’ is nog zo’n aangrijpend nummer dat moeizaam over zichzelf lijkt te struikelen, onwetend en verward – waar de drogbeelden precies eindigen en het echte leven begint is onduidelijk. De videoclip vangt dat schrille contrast met twee beelden door elkaar: onbezorgde klootviolende vrijheid en een serieuze stoïcijnse Gerben Houwer die zijn toorn doet gelden.

“En dat is het ook een beetje,” gaat Gerben verder. “Al die werelden horen allemaal een beetje bij elkaar. Het zijn geen losse werelden. Niemand dwingt jou om dat anders te zien. En in ons wereldje kunnen we eindelijk zelf de regels aangeven, en de richting bepalen.” Het is voor The Fire Harvest dus een verademing om even niet klem te zitten tussen schip en wal, om samen iets te delen waar het viertal zeker van kan zijn. Naast het onvermijdelijke einde van de rit, natuurlijk.

“Some people sail to open waters to get closer to one another, to never get lost”

Gerben zucht opnieuw. “Zo ingewikkeld is het óók weer niet.”

Open Water van The Fire Harvest is nu uit bij Subroutine en Snowstar.

Gepost door:Jasper Willems

Jasper is stukjesschrijver/linkse hobbyist op het gebied van popmuziek, o.a. voor Drowned In Sound en nu ook Front.