Yasmine Dubois, de Egyptisch-Iraanse artieste die nooit binnen de grenzen van haar comfort zone zal stappen. Ze groeide op in Teheran, vond haar artistieke roeping in Parijs en de VS, en verblijft tegenwoordig in Londen. Al een viertal jaar doemt ze op in catalogi van interessante labels en avant-garde blogs onder de naam Lafawndah, een alter ego dat haar zoektocht naar verbintenis en emotionele zuivering belichaamt. Een sterke eerste EP op Warp Records, een samenwerking met gerenommeerd componist Midori Takada en de interesse van Kelsey Lu, Kelela en Solange maakten van Lafawndahs net verschenen debuut Ancestor Boy één van de interessantste releases van dit voorjaar. Het in vijf steden opgenomen debuut vol elektronische tribalpop-experimenten fungeert als één van de vele middelen in haar artistieke missie om te communiceren met lotgenoten. Maar in die missie blijft Dubois in het huidige muzikale landschap vaak onbevredigd.

Tekst: Dave Coenen
Foto’s: Mathilde Agius

Eurosonic 2019. In de gigantische 3D-bioscoop DOT wacht een half gevulde zaal op een optreden van Lafawndah. Het is er bloedheet, het geritsel van meegenomen chipszakjes is alom te horen en de in ligmodus verstelbare stoelen komen de focus van het publiek niet ten goede. Een viertal mannelijke Vlaamse industry professionals ergens midden in de zaal overstemt opvallend vaak de muziek met geschater en onderlinge ophitsing. Ze gebaren gekscherend naar de vrouw op het podium: niet alleen deint ze met haar bovengemiddeld lange lichaam op de aanzwellende synths en ritualistische drumritmes langs de eerste rijen, maar is ze ook expressief in stemgebruik en -effecten. Het ongemak wordt voelbaar; de artieste zelf geeft echter geen kik. Van complete muzikale desoriëntatie tot gekrenkte ego’s: er gebeurt iets in de zaal, maar zowel show als ontvangst blijken niet aan de verwachtingen te voldoen.

Dat het optreden in Groningen Yasmine Dubois totaal niet zinde, staat voor haar los van het publiek en de bioscoopsetting. “Waarom sta ik ‘s ochtends op, en doe ik wat ik iedere keer doe op dat podium en in die studio? Een existentiële vraag die ik mezelf vaak stel voorafgaand aan optredens als deze. Ik ben broke as fuck, het artiestenbestaan is instabiel en eng. De hoofdreden waarom ik dit doe, is omdat ik wil communiceren met zo veel mogelijk mensen. Mijn middelen daarvoor variëren. Ik gebruik muziek en conceptuele visuele kunst, maar ook mode en design. Ik voelde me altijd erg geïsoleerd in m’n leven, een wees als het ware. Als artiest wil ik praten en ga ik op zoek naar nieuwsgierige zielsverwanten. Ik vraag letterlijk “waar zijn jullie? Laat je horen!” Ik ben de stadsomroeper, als het ware. Maar binnen de vluchtige omstandigheden waaronder ik moest spelen op Eurosonic, vond ik totaal geen communicatie.”

Een duidelijkere binnenkomer kon Lafawndah niet maken met haar eerste single ‘Town Crier; (2015), waarin een krakende synthesizermelodie de roeptoeter vervangt. Maar hoe eenvoudig of helder haar boodschap ook is, het blijkt lastig om deze met succes over te brengen in het hedendaagse live-circuit. “Ik wil samenkomen. Een van de belangrijkste plekken daarvoor is het live-aspect. Muziek heeft voor mij een sociale functie, waarbinnen een ruimte kan worden gecreëerd waarin mensen catharsis kunnen ervaren. Een aantal jaren geleden woonde ik in New York en nu in Londen, maar overal waar ik kom, merk ik dat er geen ruimte is voor sociale catharsis in mijn leven. Ik ben niet gelovig en ik ga niet naar sportwedstrijden, dus ik moet dat op een andere manier vinden. In Westerse cultuur heeft muziek altijd een reinigende functie gehad; voor mij is het de enige uitvlucht.”

“Veel manieren waarop je muziek in 2019 live kan beleven werken die emotionele zuivering tegen. Een van de hoofdredenen daarvoor is kapitalisme. Muziek is een aantrekkelijk medium om een biertje bij te verkopen. Je merkt het al aan de manier waarop een poppodium is gebouwd: je moet langs de bar om naar het toilet te gaan. Mensen betalen voor een ticket om een artiest te zien, maar weten haast nooit wanneer een show precies start. Het is allemaal gebaseerd op drankomzet. Ik denk hier veel over na. Ik weet heus wel dat ik niet in m’n eentje kan strijden tegen de wereld, maar ik wil samen met mijn team een bewuste poging doen om een ruimte te creëren waarin er een moment van catharsis kan ontstaan. Ik wil niet van stad naar stad rennen, waarin show na show hetzelfde is. Ik wil niet dat mensen mijn muziek op een vluchtig showcasefestival ontdekken. Het spijt me dat het Nederlandse publiek me daar waarschijnlijk voor het eerst zag. Dat is niet hoe ik mensen wil ontmoeten.”

“Ik wil niet van stad naar stad rennen, waarin show na show hetzelfde is. Ik wil niet dat mensen mijn muziek op een vluchtig showcasefestival ontdekken.”

Op haar debuutalbum zoekt Lafawndah naar plekken voor emotionele zuivering om de muziek ook van een cathartische functie te voorzien. Ancestor Boy is een nomade: opgenomen in vijf steden(!) met vier componist/producers (Nick Weiss, Aaron David Ross, L-VIS1990 en Dubois zelf). Ook worden vocalisten en gastartiesten uit alle mogelijke richtingen uitgenodigd. Zo verrijkt Gambus-speelster April Centrone ‘Parallel’ met Arabische percussie, is Jamie Woon co-producer en -schrijver van het melancholische ‘Joseph’ en zijn Kelsey Lu en Julie Byrne de vocale versterking in ‘Waterwork’ en ‘Oasis’. Bijzondere toevoegingen en aanvullingen, gezien veel van deze namen zich op het album in andere muzikale expertises begeven dan de luisteraar van hen gewend is. “Op Ancestor Boy is er niet één verteller van het verhaal. Ik ben niet altijd in dezelfde rol. Ik wilde graag meer dan alleen mijn eigen stem om dat te portretteren. De nummers waarop Julie Byrne en Kelsey Lu bijvoorbeeld meedoen, zijn bedacht als een soort Griekse chorus met een collectieve stem. ‘Oasis’ is verre van een klassieke R&B-track, waarop main vocals de boventoon voeren met mooi backing vocals op de achtergrond. Veel mensen verwachten dat wel met namen als Lu en Julie in de credits, maar we hebben het een geheel eigen dynamiek gegeven.”

Dat het album op zo veel plekken in verschillende continenten (Mexico-Stad, Los Angeles, Londen, Parijs en New York) is gemaakt, staat in lijn met het niet geankerde gevoel dat Dubois al haar hele leven ervaart. Het resulteert in een prikkelende, vervreemdende plaat vol global electronics uit alle windrichtingen. Maar hoe groot is de invloed van haar Noord-Afrikaanse en Perzische voorvaderen op een plaat die Ancestor Boy heet? “Ik heb geen roots. Ik strijk tijdelijk ergens neer, probeer m’n plek te vinden, en ga weer door. Ik beschrijf mezelf in die zin als een wees. Ik voel me licht, en niet alsof ik een zware emotionele bagage of een vaste plek heb. Ik zweef rond. De titel kwam overigens in me op na het zien van ‘First Contact’, een documentaire uit 1982 over het eerste contact tussen de stammen in Nieuw-Guinea en Europese ontdekkingsreizigers. De woordcombinatie klinkt als een verhaal, een mythe die ik vertel. Daarnaast vullen de woorden elkaar aan als een cyclus van leven en dood.”

Op Ancestor Boy construeert Lafawndah een mythe vol gevoelens van saamhorigheid en strijdkreten temidden van constante beweging, bedreiging en chaos. Ook al lijken de boodschappen op het eerste gezicht compleet verschillend, haar visuele concepten en muziek vullen elkaar op een paradoxale manier aan. Zo is er een korte film bij de politiek beladen track ‘Substancia’, met daarin een centrale rol voor een eidooier.

“‘Substancia’ gaat over bang zijn op alle mogelijke manieren, een staat van algehele bedreiging. Ik schreef het nummer op de dag dat de huidige president van de Verenigde Staten plaatsnam  in het Witte Huis. Ik was in Los Angeles, samen met Nick Weiss en zijn vriend. Veel vrienden van ons waren op dat moment in Washington om er te protesteren. Het voelde voor ons heel machteloos om van zo’n afstand weinig tegen de situatie te kunnen doen. Het was een heel sombere dag. Het was stil in huis, alsof we wakker werden uit een nachtmerrie.”

“Nick had ‘s ochtends een productie afgerond en belde me om langs te komen. Hij wist zeker dat ik het geweldig zou vinden. Toen ik er aankwam was ik binnen tien seconden geboeid en begonnen we meteen met schrijven. De woorden leken vanzelf te komen. Ik liep naar de badkamer en zong ik al improviserend iets in het microfoontje van m’n headset. Normaal doen we veel langer over een nummer, maar nu kwam de uiteindelijke tekst in één keer naar buiten. Ik schrok van het resultaat, want ik heb me nog nooit op zo’n agressieve manier uitgedrukt. Het was een directe bedreiging aan het adres van de man die ons land bestuurt: I’ll fuck you up, is was wat ik ermee wilde zeggen.

“De sfeer in het huis was echter heel anders dan de lading van mijn boodschap: we voelden ons onderdrukt, haast duizelig. Niemand had het in z’n hoofd om herrie te gaan schoppen. En toen kwam het er toch uit, volledig uit mijn onderbewuste. Nicks mond viel ervan open. ‘Substancia’ is mijn schreeuw, waarin ik zeg: we hoeven niet bang te zijn. Wij kunnen iemand anders ook bang maken. Ik probeerde ons als burger weer de macht te geven.”

De boodschap van de bijbehorende video is juist het tegenovergestelde van een schreeuw: gebaseerd op de voedselseksscènes uit een Japanse cultklassieker, worden twee minuten van ‘Substancia’ ingekleurd door beelden van twee vrouwen die beurtelings een eidooier via hun mond aan elkaar doorgeven. “Op het eerste gezicht lijkt het een sensueel, licht erotisch concept, zoals ‘Tampopo’ ook bedoeld is. Maar het hoofdidee is dat wat er gebeurt in de video, absoluut onmogelijk lijkt. Het membraan van een eidooier is zó flinterdun en breekbaar, en toch blijft het om de een of andere redenen onaangetast als je het van mond tot mond doorgeeft – zelfs na meerdere keren. Het is een extreem verfijnde handeling die veel aandacht vereist. Het voelt als een zorgzaam gebaar naar de ander. Over de angst en bedreiging van de tekst wil ik een beeld van solidariteit leggen. Alsof het een ritueel is om samen te komen en kracht te winnen, voordat we klaar zijn om te vechten.”

Na het voorgoed afgesloten showcase-seizoen zoekt Dubois doelgerichter naar plekken waar ze haar audiovisuele creaties aan de man kan brengen. Dit deed ze onlangs in clubsetting in De School. “Ik zie mezelf niet als DJ. Mensen aan het dansen maken en muziek delen is gewoon belangrijk voor me. Maar het lijkt zo weinig te gebeuren tegenwoordig. Ook in de huidige clubcultuur mis ik iets, iets fysieks dat te maken heeft met catharsis. Ik ga daardoor veel minder uit dan ik voorheen deed. Het gevoel van transportatie, een muzikale trip die je buiten jezelf doet stijgen, is zo zeldzaam dat het vrijwel geheel ontbreekt in de club tegenwoordig. Ik hoor steeds dezelfde nummers, ben steeds in diezelfde muzikale staat. Mijn lichaam weet al precies hoe het moet dansen en reageren op wat er gebeurt. Ik wil niet weten hoe ik moet dansen op wat ik in de club hoor. Ik wil ontdekken, ik wil dynamiek, in vervoering gebracht worden. Ik zeg niet dat dat is wat ik gegarandeerd teweeg ga brengen achter de decks, maar ik voel me aangetrokken tot tracks en artiesten die je jezelf laten verliezen.”

Het eenzame voorbeeld van een DJ die dat gevoel wel teweeg kan brengen bij Dubois, is het uit Miami afkomstige club-enigma Total Freedom, die onlangs nog in clownspak kwam opdagen voor zijn meest recente Boiler Room-verschijning. “Er zit psychologisch zo veel achter een goede set, en hij heeft het gewoon allemaal. Total Freedom speelt met je hoofd. Hij laat je even dichterbij komen, en vervolgens wijst ‘ie je weer keihard af. Dan heb je weer even door waar het muzikaal heen gaat, en een track later ben je het spoor weer compleet bijster. Er wordt verleid, gespeeld met je gevoelens en je intuïtie. Dat is precies wat ik zoek.”


Lafawndah is een artieste met een uitgesproken muzikale visie, maker van audiovisuele ervaringen vol sensuele eierzoenen, en een zelfbestempeld “persoon zonder roots”. De laatste die je zou verwachten om één land te representeren in een muzikale wedstrijd, maar toch is er kans dat het gaat gebeuren. Daags voor het interview post Dubois op Twitter dat ze genomineerd is om Egypte te representeren tijdens het Eurovisie Songfestival. “Ik kan het niet bevatten. Het idee is zo vreemd. Als ik moest kiezen zou ik wel voor Egypte gaan, want dat is het land waar ik het verst vanaf sta, de optie die eigenlijk helemaal niet bij me past. En daarom is het voor mij en m’n onstopbare zoektocht juist de interessantste optie. Als ik nou ook nog die ene huisvrouw die toevallig naar Eurovision kijkt kan bereiken met m’n muziek, doe ik precies wat ik wil op de meest onverwachte plek.”

Ancestor Boy is uit op Concordia. Op vrijdag 29 maart speelt Lafawndah in Paard van Troje, Den Haag tijdens Rewire.

Gepost door:Dave Coenen

Liefhebber van alles tussen hiphop en breakbeat. Heeft een oneindige opslagcapaciteit voor nutteloze muziektrivia. Marketeer bij EKKO, freelance schrijver voor o.a. Grasnapolsky en Valkhof, en DJ voortgedreven door funky baslijnen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s