In tijden van politieke chaos rolt een golf piepjonge postpunkbands vanaf Groot-Brittannië de wereld over. De grootste schuimkop, dat is black midi, het eigenzinnige viertal dat daadwerkelijk iets anders doet dan zijn tijdgenoten. Tot voor kort was er van de Londenaren slechts één nummer te luisteren, dat ook nog eens alleen op Soundcloud te vinden was. Nu lanceert black midi zijn debuutalbum Schlagenheim, maar hebben de bandleden hun blik eigenlijk alweer op de onverkende wateren gericht.

Tekst: Dirk Baart
Foto’s: Dan Kendall

Het heeft alles te maken met de manier waarop black midi muziek maakt. Het bewerkstelligde zijn doorbraak op een wijze die anno 2019 allerminst de standaard is. black midi won geen zieltjes met een streaminghit die daarna plotseling ook op het podium uitgevoerd diende te worden. Nee, de band maakte naam door sessies bij NTR en KEXP en speelde zich de afgelopen twee jaar drie slagen in de rondte. black midi manifesteerde zich als een band die je live gezien móet hebben. Bijna onmogelijk leek het: hoe speelden zulke jonge gasten zulke onnavolgbare en experimentele muziek? black midi walste achtereenvolgens Le Guess Who?, Eurosonic Noorderslag en de Amsterdamse S105 plat met groeiende overtuigingskracht; grote shows op Lowlands en in De Melkweg zijn inmiddels aangekondigd.

Tel daarbij op dat het leeuwendeel van black midi’s materiaal niet zozeer tot stand komt in gerichte schrijfsessies, maar met name in ellenlange improvisaties, en het leek een reële mogelijkheid dat black midi nog jaren zou wachten om zijn muziek op plaat vast te leggen. Tuurlijk, er was die single op Soundcloud en ‘Speedway’, een repetitieve track van drie minuten die samen met verschillende remixes werd uitgebracht als een videocollage van een kwartier. Maar een album? Nee, dat leek niet direct iets voor een band die zoveel waarde hecht aan zijn onvoorspelbaarheid.

Dat denkbeeld bleek echter vooral ingegeven door de terechte doch soms wat overtrokken hype rond black midi’s shows, de hype die met dank aan de Britse muziekpers al goed en wel tot stand was gekomen voor de bandleden zelf hadden uitgevogeld wat hun band nou precies moest worden. “We hoefden helemaal niet zo nodig mysterieus te zijn, hoor: het was altijd ons idee om snel een plaat te maken”, vertelt Morgan Simpson. De twintigjarige drummer, die tijdens shows gewoon naast de gitaristen speelt en opzien baart met zijn razendsnelle partijen, is met bassist Cameron Picton (19) in Amsterdam om tekst en uitleg te geven over Schlagenheim, zonder twijfel een van de meest uitdagende debuutalbums van deze eeuw. “We hadden nu de kans om een plaat te maken”, vult Picton aan. “Dus waarom zouden we het dan uitstellen? We waren blij met de nummers die we hadden en wilden ons materiaal niet te lang tegen de borst houden. We willen juist telkens nieuwe dingen doen en ons in verschillende richtingen bewegen. Het uitbrengen van deze nummers geeft ons weer de ruimte om dat te doen.”

Schlagenheim is voor een deel een geslaagde poging de live uitspattingen van black midi te vertalen naar een samenhangend album, maar voor een minstens zo groot deel staat de plaat volledig los van de liveshows van de Londenaren. Elke compositie is echt een liedje geworden, alle improvisaties zijn samengebracht tot – weliswaar enorm grillige – tracks met een kop en een staart. Centerstuk ‘Western’ bijvoorbeeld, dat van niets opbouwt naar alles en weer eindigt bij niets. Of de ingehouden afsluiter ‘Ducter’, die aan het slot toch nog helemaal losbarst. “Er kan nou eenmaal veel gebeuren in jamsessies van 45 minuten”, lacht Simpson. “Als we daarmee bezig zijn, voelt het echt alsof we onszelf naar een andere plek transporteren. Achteraf luisteren we dan alles terug en beginnen we langzaam maar zeker te boetseren. Soms vindt iemand een bepaald deel van een sessie vet en iemand anders een ander deel. Het is niet zo dat we die stukken dan zomaar aan elkaar passen; meestal liggen ze zo ver uit elkaar dat dat helemaal niet kan. Maar als we ze hier en daar een beetje bewerken, kunnen ze vaak wél het uitgangspunt voor een nieuw nummer vormen.”

De drummer – in 2014 nog gekroond tot Young Drummer of the Year – raakt daarmee aan de grootste prestaties die black midi op Schlagenheim levert: van een ontelbare hoeveelheid aan stijlen en inspiratiebronnen weten de jongelingen een samenhangend geheel te vormen dat onmiskenbaar als henzelf klinkt. Tuurlijk doet black midi met de snoeiharde riffs van ‘953’ en ‘bmbmbm’ (zeg: ‘boom boom boom’, naar het geluid van die riff dus) denken aan bands als Bloc Party, The Fall en King Crimson. “In principe zijn we een rockband, daar kunnen we ook niks aan veranderen”, vertelt Picton. Daarna steekt Simpson echter meteen uitgebreid de loftrompet over Miles Davis, wiens fusionplaten momenteel overuren draaien in de tourbus. “Hij had een bepaalde visie waar zijn medemuzikanten echt niet altijd voor open stonden, maar hij durfde toch altijd van stijl te veranderen – van traditionele swing en bepop tot zijn elektronische periode. Ik vind het ongelofelijk inspirerend dat je in een carrière van veertig, vijftig jaar voortdurend zo creatief kunt blijven.”  

Picton is op zijn beurt verslingerd aan Danny Brown, de extravagante rapper die met name invloed had op de zangstijlen die op Schlagenheim te horen zijn. “Ik vind het te gek hoe hij experimenteert met verschillende stemmen in zijn nummers. Het grootste deel van Atrocity Exhibition heeft geen features, maar als ik die plaat luister moet ik dat toch vaak even dubbelchecken. Dan kijk ik op m’n telefoon en blijkt het gewoon Danny zelf te zijn. Ik wilde ook op verschillende manieren zingen. Of schreeuwen zelfs. Niet per se omdat ik boos ben, maar omdat het cool is om uit te vinden hoe te vinden hoe dat moet. Ik weet het nu nog steeds niet helemaal, maar dat is niet erg.”

Op Schlagenheim zijn sowieso verschillende stemmen te horen. Meestal wordt de luisteraar toegesproken door de nasale frontman Geordie Greep, die grossiert in nauwelijks verstaanbare praatzang maar ook psychotisch van zich af kan bijten. Maar ook Picton en gitarist Matt Kwasniewski-Kelvin nemen vocalen voor hun rekening. “Wie het nummer zingt, schrijft ook de teksten”, legt Picton uit. “Daarom wordt er bijvoorbeeld in het Pools gezongen in ‘Years Ago’. Matt heeft daar wat familie dus hij probeert die taal te leren. Zelf zing ik gewoon wat er in me opkomt als we het nummer voor het eerst spelen. Dan kijk ik daarna wel weer verder.” Of Simpson ook zou willen zingen? “Tuurlijk, totally down.”

Om maar aan te geven: in de wereld van black midi zijn er geen regels, geen structuren waaraan muziek moet voldoen. De band bewijst daarmee het ongelijk van iedereen die denkt dat een muziekacademie slechts gladgestreken popsterren voort kan brengen. black midi ontstond namelijk op de prestigieuze BRIT School die ook Adele en Amy Winehouse tot zijn alumni mag rekenen. Daar profiteerde het viertal – in eerste instantie een ambientproject – niet alleen van gratis onderwijs en toegankelijke repetitieruimtes, maar vooral van de nabijheid van zijn jaargenoten en leraren. “Iedereen in ons jaar stond overal voor open”, vertelt Picton. “Daarbij hebben wij onszelf ook nooit heel experimenteel gevonden: wat wij doen is niet per se nieuwer dan wat een grote popster doet, eerder anders dan wat op dit moment populair is of wat rockbands vlak voor ons hebben gedaan.”

Tuurlijk voelen Simpson en Picton wel een zeker verwantschap met bands als Shame, Squid of Black Country, New Road en spreekt het duo met enthousiasme over Dan Carey, de producer van Schlagenheim die als hoofd van Speedy Wunderground bewees een neusje te hebben voor de muzikale revelaties van Londen. Maar mooie herinneringen zijn er vooral aan die ene docent die de bandleden onderdompelde in zware elektronische muziek. Of aan die andere, die de band voorstelde aan percussiestijlen uit Pakistan en omstreken. “Veel leraren zijn zelf muzikanten, dus ze verrijken het curriculum met hun eigen ervaringen”, legt Simpson uit. “Dat heeft veel invloed op ons gehad.”

Vanaf de academie verplaatste black midi zich naar The Windmill, een pub in de Londense wijk Brixton waar boeker Tim Perry de band zijn eerste shows toespeelde. Uiteindelijk zou het viertal er een set spelen met Damo Suzuki van het legendarische Can, maar The Windmill was voor de band vooral een plek om dingen te proberen, waar dingen mochten mislukken. Die instelling is terug te horen in ieder nummer op Schlagenheim. black midi laat in zijn muziek de nodige ruimte voor toeval. Het benadert zijn bezigheid alsof het een sport of een videogame is, waarin de kaders er alleen maar zijn om het spel vorm te geven en je verder gewoon opnieuw kunt beginnen als er even iets fout gaat.

black midi speelt op 14 juli op Valkhof Festival en in augustus op Lowlands. Op 18 september staat de band in de Melkweg.

Gepost door:Dirk Baart

Oude ziel en notoir anglofiel. Dirk is mede-oprichter van Front, assistent-programmeur bij Poppodium EKKO in Utrecht en marketeer bij Into The Great Wide Open en Valkhof Festival.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s