Hoe meer we over Rusland leren, hoe minder we ervan begrijpen. Zoiets zei mijn hoogleraar Russische geschiedenis ooit. Een beetje on the nose, dacht ik toen nog, maar hij zal het wel weten. En misschien schuilt er ook wel een waarheid in, want met alle, nog altijd verrassend hardnekkige Koude Oorlog-retoriek is het doodeenvoudig om het land als Grote Ander af te doen en het daarbij te laten, maar doorbreek die barrière en je ziet pas echt hoe gróót, spannend en divers het land is, en daarmee ook zijn alternatieve muziekscene. Waar moet je dan toch in hemelsnaam beginnen? Gelukkig is het doorbreken van die barrière bijna net zo’n oude traditie als het in stand houden ervan en sijpelen afgevaardigden van de Russische underground bij tijd en wijlen door tot het West-Europese club- en festivalcircuit.

Tekst: Ruben van Dijk

De ‘New Russian Wave’ wordt het genoemd. Weg met het copypaste-werk, het spieken bij Westerse bands, zoals dat in de jaren ’90 en tot diep in de jaren ’00 de gewoonte was. “Everyone got sick of that,” aldus Natasha Padabed, het gezicht achter “one-woman agency” More Zvukov. In 2001 verhuisde ze van Sint-Petersburg naar Amsterdam voor haar studie, waar ze al snel begon met het boeken van shows voor bevriende Russische bands. Inmiddels woont Padabed in Berlijn, maar als ik haar bel is ze weer even in Amsterdam, waarvandaan ze deze week op tour gaat langs OCCII (Amsterdam), WORM (Rotterdam) en Welcome to the Village met het Moskouse Lucidvox. De laatste vier à vijf jaar hebben steeds meer bands een originele, eigenzinnige sound weten te ontwikkelen, in toenemende mate geënt op de Russische taal en cultuur in plaats van op Westerse invloeden; Lucidvox is een van die bands. “Er zijn zoveel mensen over de hele wereld die geen idee hebben wat Rusland betekent; ze denken enkel in stereotypen als communisme, Poetin en wodka,” vertelde de band onlangs aan Clash. “Wij willen laten zien dat er veel meer gebeurt in Rusland.” Aan de oppervlakte maken de vier vrouwen gierende, eindeloos fascinerende en transcendente prog; daaronder schuilt “een magische wereld van Slavische folklore en sprookjes vol wijsheden en unieke personages, een wereld die voor de meeste mensen volledig onbekend zal zijn.” Als ik ze met wat heen-en-weer-gemail vraag naar wat die “new wave” dan drijft, luidt het antwoord: “Misschien beseffen muzikanten hier eindelijk wat hun kracht is en dat onze cultuur compleet anders is dan die van het Westen. Als je in je eigen land iets wilt veranderen, dan moet je dat in je eigen taal doen.”

Lucidvox is niet alleen en langzaamaan lijkt die nieuwe Russische golf ook op Nederlandse bodem aan te spoelen. Shortparis, ook op het roster van Padabed, deed in 2018 nagenoeg hetzelfde rondje en transformeerde Valkhof, OCCII, WORM en Welcome to the Village tot een volmaakte chaos waar alle entertainmentconventies de prullenbak in gingen. Eerder dit jaar speelde ook ГШ / Glintshake zijn eerste Nederlandse shows in, you guessed it, WORM en OCCII, plus het Groningse café Kult. Kijk je naar de line-up van Welcome to the Village van dit jaar, dan zie je naast Lucidvox en de eveneens Russische ambientvirtuoos Kate NV (ook frontvrouw van Glintshake) een scala aan retespannende acts uit andere Oost-Europese landen opduiken: Karpov not Kasparov uit Roemenië; shishi uit Litouwen, Mart Avi uit Estland, The Ills uit Slowakije, om er maar een paar te noemen. En vraag je het aan Richard Foster, journalist voor onder andere The Quietus, head of communications bij WORM en inmiddels een autoriteit wat de Russische underground betreft, dan zou je best van een nieuwe ontwikkeling kunnen spreken. “Afgezien van Shortparis, Motorama en wat zijprojecten daarvan is dit voor Nederland allemaal vrij nieuw, denk ik. Mensen uit de gevestigde media hebben me uitgelachen omdat ik er zo enthousiast over ben. God knows why, want het is hele goede muziek.”

Er is blijkbaar een voorzichtige verandering gaande en als je naar de oorzaak zoekt duurt het niet lang voor je terechtkomt bij de vele showcasefestivals in Centraal- en Oost-Europa. Padabed en Foster zijn vol lof, evenals Koen ter Heegde, die bovengenoemde namen (en vele anderen) als programmeur naar WORM en OCCII en als curator naar Welcome to the Village haalde: “Dankzij die showcasefestivals in Midden-Europa is er wel een extra deur opengegaan voor die bands. Nederlandse programmeurs komen niet maandelijks of jaarlijks in Rusland. Er is een gigantische barrière om in Europa voet aan de grond te krijgen, dus er is absoluut iets veranderd doordat die bands toch gezien worden op MENT Ljubljana of Tallinn Music Week of Station Narva of Waves Vienna.” “Magical festivals,” noemt Foster ze. “They are actual bridges, waar mensen elkaar ontmoeten, met elkaar praten en vrienden worden.” Hij schrijft het terwijl Mart Avi, “pop star sans pareil”, op zijn balkon een e-sigaret rookt. Ze kennen elkaar van precies die festivals en komende week gaat Avi samen met Lucidvox op tour. Lucidvox en Shortparis belandden via vergelijkbare wegen op onder meer The Great Escape, en zo rolt het balletje door die kennismakingen enkel verder. Des te opvallender is het dat een invloedrijk showcasefestival als Eurosonic, misschien wel de belangrijkste poortwachter voor Europese bands in Nederland, in het officiële programma al jaren geen Russische bands boekt. 

Makkelijk is het namelijk niet om als Russisch bandje de oversteek te maken; onmogelijk zonder de beschreven tussensprongen. “Russia is very far,” zegt Padabed nog maar eens. “Voor een echte tour moet je een busje huren, een chauffeur, een backline – dat is al een hoop geld. En dan moet je nog vanuit Moskou naar Europa rijden, dat is al een paar dagen. Ik ken maar één Nederlandse band die dat ooit andersom gedaan heeft. It was hell for them. Voor een band als Shortparis is het relatief makkelijk, want zij komen uit Sint-Petersburg, pal tegen Finland en de Baltische staten aan. Maar stel je voor dat je uit Novosibirsk moet komen, of uit Vladivostok, of ergens uit het midden van Rusland. Het is zó moeilijk.” Afstand, geld, gedoe met visums – en Foster kan nog wel wat meer redenen bedenken waarom zoveel interessante Russische artiesten zich niet buiten het eigen land wagen: “Veel Westerse clubs, boekers en promotors willen ze niet hebben omdat het goede of interessante bands zijn maar puur omdat het Russische bands zijn. Het is het erfgoed van een hoofdzakelijk Anglo-Amerikaanse muziekindustrie. Daar zitten geen verdere bedoelingen achter en het gebeurt ook niet actief, maar die muziekindustrie is wat dat betreft een goed geoliede machine met soms hele rigide, omslachtige regels en een sterk gevoel van zelfgenoegzaamheid, waardoor er niet echt toegangsmogelijkheden gecreëerd worden voor nieuwe, onconventionele geluiden. Dat moeten we eigenlijk gewoon negeren met z’n allen. We moeten risico’s nemen.”

“I’ll talk about Putin or his politics when he makes a good record I want to buy.”

Richard Foster

Als je het aan Padabed vraagt, is er de afgelopen jaren niet veel veranderd voor Russische bands in Nederland. Wat ze doet, doet ze immers al ruim vijftien jaar. “Het is nu misschien wat makkelijker voor mij, omdat de bands die ik vertegenwoordig groter worden en ik ook een aantal succesvolle niet-Russische acts vertegenwoordig. Maar de interesse voor Russische acts vanuit Nederland is nog altijd beperkt tot twee of drie grote steden, waar het publiek wat progressiever is.” Maar Ter Heegde constateert dat de voortdurende zoektocht, de honger naar nieuwe acts met nieuwe verhalen de afgelopen jaren steeds vaker naar Centraal- en Oost-Europa leidt en dat tussen de bands daar en promotors en boekers hier steeds betere netwerken ontstaan. Het biedt bands de mogelijkheid tot concurrentie met Engelse, Amerikaanse en Nederlandse bands, iets dat op eigen kracht onbegonnen werk zou zijn geweest. Ter Heegde erkent zijn eigen rol, en die van Foster en Padabed, in al deze ontwikkelingen, evenals het belang van een sterk narratief: “Het is een vorm van curatorschap. Ik denk dat het individueel, custom fit cureren van bands binnen een line-up die liefdevol is samengesteld, en dat geldt zowel voor WORM als voor OCCII als voor Welcome to the Village, de band ook in een context en in een verhaal plaatst. Zo kun je op een DIY-manier, zonder dat je er duizenden euro’s aan promotiebudget tegenaan gooit, want die heb ik niet, een band introduceren bij een publiek.”

Om het belang van een goed verhaal en het belang van media die dat verhaal vertellen kan ook Padabed niet heen. Het is niet haar werk dat verandert, het is ook niet Rusland dat verandert, maar wel het Westerse perspectief erop. Ze verwijst, net als Ter Heegde, naar de uitgebreide media-aandacht voor eerdergenoemde showcasefestivals en de indrukwekkende reeks artikelen die Foster onlangs schreef voor The Quietus over de Russische underground. Foster zelf heeft het daarin over “a new take on the old Russo-Western cultural foxtrot” , schetst de droom van een ‘alternatieve Internationale’ en zet daarmee de toon voor hoe de interactie tussen de West-Europese muziekindustrie, het publiek en de Russische underground er uit zou moeten zien. Ter Heegde: “Rusland is in meer dan één opzicht een dankbaar onderwerp, maar wat je heel veel ziet is dat schrijvers proberen die nieuwe acts, zoals Shortparis, te politiseren en denken dat iedereen die muziek maakt die tegendraads is, ook automatisch wel politiek geëngageerd zal zijn. Maar die focus leidt vaak af van de aandacht voor de muziek.” Ook Foster wil politiek desgevraagd uit het verhaal houden: “I’ll talk about Putin or his politics when he makes a good record I want to buy.” Het verhaal van Russische bands als Lucidvox, Shortparis, Glintshake en vele anderen die hun weg naar West-Europa vinden is dus geen politiek verhaal; het is een verhaal dat zich überhaupt niet leent voor tegenstellingen, maar draait om het doorbreken van barrières en het tot stand brengen van een soort culturele kruisbestuiving, of een kennismaking op z’n minst.

Lucidvox speelt op 18 juli in OCCII, Amsterdam; op 19 juli in WORM, Rotterdam; en 20 juli op Welcome to the Village. Ook Kate NV speelt die dag op het festival in Leeuwarden. Eind augustus staat ze op Into The Great Wide Open.  

Dit artikel is tot stand gekomen in onbetaalde samenwerking met het festival Welcome To The Village.

Gepost door:Ruben van Dijk

Dolgelukkig melancholicus, reislustig thuisblijver. Ruben is mede-oprichter van Front & fervent platen(ver)koper. Gaat ooit een boek over Father John Misty schrijven.