Ze lijkt Vlaamser. De g wat zachter, een lichtvoetige muzikaliteit in iedere zin. Eefje de Visser is een jaar of twee terug van Utrecht naar Gent verhuisd en voelt zich er thuis. Ze geniet van de Bourgondische levenshouding, de langdurige vriendschappen, de rust. En hoewel ze verhuisde voor de liefde, geniet ze nu ook volop van de Vlaamse muziekindustrie, waar volgens haar nét wat meer lef en ambitie in zit. Dat is te horen op popplaat Bitterzoet – en te zien in haar meest ambitieuze liveshow tot nog toe.

Tekst: Ruben van Dijk
Foto’s: David van Dartel 

Noem het gerust een triomf. Nadat de primeur voor een Vlaams zomerfestival was, pakt Eefje de Visser op Into The Great Wide Open ook Vlieland in met twee achtergrondzang- en danseressen, een band die nog strakker speelt dan het gekleed is en een dampende lichtshow die rechtstreeks uit Blade Runner 2049 lijkt te komen. Meestal zijn alleen de silhouetten te zien – in sierlijke symmetrie. Het is genoeg om ontzag te wekken van een publiek dat z’n ogen uit lijkt te kijken en aan dansen nauwelijks toekomt.

Weinig zo kleinerend als de term ‘on-Nederlands goed’, maar aan de show zoals het publiek op Vlieland daar een voorproefje van kreeg is in ieder geval veel ‘on-Nederlands’. Het aankomende album verschijnt voor het eerst niet bij Eefjes Platenmaatschappijtje, waarop De Visser haar vorige drie albums min of meer in eigen beheer uitbracht, maar bij Sony Music; management, pers en dergelijken zijn grotendeels in Vlaamse handen. Alles is strak geregeld, zo ook ons gesprek, enkele uren voor de show op Vlieland. De Visser lijkt alles echter hoogst ontspannen te ondergaan en spreekt vol lof over het team – noem het gerust een machine – dat ze nu om zich heen heeft.

“Ik hou heel erg van zoete, poppy dingen. Ik hou van Robyn, ik hou van Flume, en dat is voor mijn gevoel op dit moment óók heel edgy.

Oscar and the Wolf, Soulwax, Balthazar en aanverwante projecten; allen hebben ze volgens De Visser een bepaalde “ambitie” en een gepaste “arrogantie” die ze bij Nederlandse acts soms mist. De Staat en De Jeugd van Tegenwoordig zijn, volgens De Visser, daarop uitzonderingen. Over het algemeen durft men in België ietsje meer, denkt ze, en is er meer zelfvertrouwen om als artiest boven jezelf uit te durven stijgen. Het inspireerde De Visser om de slag te maken die Bitterzoet heet.

We zitten op een verder verlaten terras in de volle zon, pal aan de duinen, een steenworp van de zee. Bitterzoet is af maar nog een voorzichtig geheim. Dus blikken we eerst terug op de periode waarin De Visser het in 2016 verschenen Nachtlicht achter zich liet en naar het vervolg toewerkte. Ze begon meer elektronische shows zonder band te spelen, helemaal alleen met drums, basgitaar en synths, en op plekken waar ze eerder nooit zou hebben gespeeld, zoals dancefestivals Wildeburg, het Genkse Absolutely Free, Draaimolen en Amsterdam Dance Event. “Dat was echt super leuk. Het heeft me echt een boost gegeven. Dat positieve, dat niet-snobistische… Mensen denken daar niet: goh, wat vind ik nou van deze gitaarsound? Zo’n heel optimistisch en heel los publiek dat daar met open armen staat en echt wil genieten, dat vind ik zo cool. Het voelt heel dankbaar om daar ook een keer voor te spelen. Het is gewoon anders dan het ‘luisterpubliek’.” Niet dat er met luisterpubliek iets mis is, wil De Visser graag benadrukken, “maar ik denk dat ik in mijn ontwikkeling nu iets meer die kant op wil. En misschien zeg ik het vooral omdat ik het interessant vind dat ‘pop’ door sommigen als zo’n vies woord wordt gezien, terwijl ik denk dat het juist vet is.”

Een gesprek met Eefje de Visser is vroeg of laat een gesprek over Robyn, Queen of Scandinavian Pop en sinds de release van Honey (2018) en de ambitieuze liveshows die volgden een grote invloed op De Visser. “Ik hou heel erg van zoete, poppy dingen. Ik hou van Robyn, ik hou van Flume, en dat is voor mijn gevoel op dit moment óók heel edgy. Sommigen vinden dat commercieel, maar voor mij is dat júíst de manier van attitude hebben, dat je júíst besluit voor die popsound te gaan. Ik vind dat bij Robyn heel cool, dat zij gewoon over the top pop is en dat ze zoveel schijt heeft aan wat credible zou zijn. En wat heel veel mensen dan zogenaamd goede smaak vinden, is dan vaak zo weeïg en braaf. Soms is dat ook zoiets elitairs dat ik merk dat ik steeds meer zin heb om gewoon popmuziek – elektronische, poppy liedjes – te maken.”

“Dat is mijn vorm van imperfectie: dat je er gewoon geen hol van verstaat, vooral live.”

Wat De Visser betreft zijn er dus, ook in zogenaamd poptimistische tijden, nog altijd genoeg misvattingen en valse labels rondom het genre waar ook zij zich in bevindt. Niets aan die “gestileerde pop”, zoals ze het zelf omschrijft, is per definitie ‘commercieel’, ‘gelikt’, ‘perfect,’ ‘mainstream’, ‘braaf’ of ‘conventioneel’. “Ik vind wat Robyn doet júíst onconventioneel. En ik zou het heel suf vinden van mezelf als ik nu een plaat zou maken die weer meer in een akoestische hoek zou zitten. Dit is mijn ontwikkeling naar wat ík edgier vind.”

In een interview met De Morgen merkt De Visser, die zelf ooit op de Rockacademie zat maar deze na het winnen van de Grote Prijs van Nederland in 2009 niet afmaakte, op dat “de charme van imperfectie” op dergelijke artiestenopleidingen deels verloren gaat. Het wordt wat voorspelbaar, te doordacht; muzikanten worden té goed. Voor Bitterzoet had De Visser, met een studio in huis en een partner als co-producer, alle tijd en ruimte om de plaat te maken die ze wilde maken. Maar als je eindeloos kunt sleutelen, hoe zorg je dan dat een album af is maar niet perfect? En hoe zit dat met een liveshow? “Als het af is, is het af,” is het aanvankelijke antwoord van De Visser. Het is een fingerspitzengefühl. “Ik ben óók perfectionistisch. Ik ben wat dat betreft heel erg bezig met dat het niet té kloppend is allemaal. Ik vraag ook van de band om veel met effecten te doen, om meer aan filters te draaien en andere dingen te doen waardoor het ietsje minder statisch en perfect overkomt. En ‘niet perfect’ kan natuurlijk van alles betekenen. Het kan ook betekenen dat je een soort nonchalance hebt in hoe je zingt. Daar zit misschien mijn vorm van imperfectie: dat je er gewoon geen hol van verstaat, vooral live.”

“We zitten in een tijd waar we zó op de details zitten, waar het auditief ook zo goed moet zijn live. Mijn vader zat in een band in de jaren vijftig en toen bestonden er gewoon nog geen monitors. Je had twee speakers, je eigen versterkers en een geluidsman die verder niets deed: hij sloot gewoon alles aan en ging niet nog met faders ingewikkeld zitten doen. Dan realiseer je je wel dat we zo’n grote stap aan het zetten zijn naar perfect geluid en dat we dat live ook zo willen hebben. Maar ik merk in België wel dat ze gelukkig iets minder perfectionistisch zijn in de muziek, dat het op een bepaalde manier meer edge heeft en dat dat dus heel vet is.”

Men hoeft het dus niet meteen te verstaan of te begrijpen. “Zo luister ik zelf ook naar teksten, dat ik pas na een hele tijd doorheb wat er eigenlijk gezegd wordt. Dat dat zo heel langzaamaan binnenkomt en dat je bij steeds meer zinnen denkt: oh, wat een mooie zin! Bij Frank Ocean heb ik dat bijvoorbeeld gehad. Uiteindelijk was ik al zijn teksten aan het bestuderen, maar daar heb ik wel tien keer luisteren voor nodig.” Het komt de houdbaarheidsdatum van een plaat alleen maar ten goede. “Ik merk als ik m’n teksten aan het maken ben dat het soms hartstikke onduidelijk is voor andere mensen. Maar dan denk ik: stel je voor dat ik het nu heel letterlijk zou gaan maken. Dat ik het echt ‘af’ zou maken en dat mensen precies weten waar het over gaat. Dat zou ik zelf super lelijk vinden, want dan is het niet meer open.” Mede daarom vermijdt De Visser al haar hele carrière het zingen in “tuttig Nederlands”. “Dan wordt het te perfect, te bedoelerig, te moralistisch. Zo van: ik ga jou nu iets vertellen.”

En zo ligt de kracht bij Eefje de Visser, zelfs op haar ‘popplaat’, misschien wel bij het feit dat de muziek nooit kraakhelder of uitgesproken is. Soepel manoeuvrerend voorbij alle conventies, lijkt ze in België én in Robyn zowel een voedingsbodem voor durf en ambitie als een baken van imperfectie te hebben gevonden.

Bitterzoet verschijnt begin januari 2020.

Gepost door:Ruben van Dijk

Dolgelukkig melancholicus, reislustig thuisblijver. Ruben is mede-oprichter van Front & fervent platen(ver)koper. Gaat ooit een boek over Father John Misty schrijven.