De muziek van The Tallest Man on Earth is als het Zweedse midzomerfeest. Alles is mooi, staat in bloei, maar wordt uiteindelijk kouder en donkerder. De van oorsprong Zweedse singer-songwriter wil hoop geven aan iedereen die dat nodig heeft, door middel van zijn muziek en de humor die hij in zijn liveshows verpakt. Want die hoop heeft hij zelf ook nodig gehad, toen hij er even helemaal doorheen zat en zich nergens op de wereld thuis voelde. Nu hij zelf meer in het nu leeft en de balans in zijn hectische leven heeft gevonden, is hij klaar de wereld weer rond te reizen.

Tekst: Loulou Kuster
Foto’s: Sophie Gipmans

Kristian Matsson is net een paar dagen in Nederland, nadat hij de hele zomer in zijn geboorteland heeft doorgebracht.. Twee dagen later vliegt hij weer terug naar zijn huis in New York. Met zijn koffer naast zich zit hij aan het raam van een klein hotel in Hilversum.

“Ik heb veel muziek gemaakt in de afgelopen maanden. Als ik in Zweden ben, gaat dat soepeler. Mijn huis daar staat midden in de natuur. Het is een boerderij met paarden en andere dieren die ik daar verzorg, dat kan me een hele dag bezig houden. De stallen moeten bijvoorbeeld schoongemaakt worden en de paarden geborsteld. Of ik ga in de schuur zitten timmeren aan een oud meubel. Wanneer ik zo met mijn handen bezig ben, komen de beste ideeën in me naar boven. Ik kan dan ineens alles uit mijn handen laten vallen en naar mijn gitaar rennen om te spelen wat ik net ervoor in mijn hoofd heb bedacht. Dit zijn meestal de betere ideeën. Er zijn ook dagen dat ik wakker word en tegen mezelf zeg: ‘Nu ga ik de hele dag nummers schrijven.’ Maar eigenlijk werkt dat bijna nooit, in dat geval schrijf ik vaak helemaal niet. Ik moet mezelf bezighouden met andere dingen. In Zweden is dat fysiek werk op de boerderij en in New York is dat fotografie. Dan slenter ik een dag door de straten van New York om foto’s te maken en wanneer ik thuis kom, kan ik mezelf helemaal verliezen in het ontwikkelen en bewerken van de foto’s. Dat soort dingen moet ik er echt naast doen om goede muziek te kunnen blijven maken.”

De muziek van The Tallest Man On Earth leent zich goed voor een druilerige herfstdag, maar, nadat hij een slok van zijn rode wijn heeft genomen, legt Matsson uit dat hij het zelf beter bij het Zweedse midzomerfeest vind passen. “Ik ben dol op het midzomerfeest, als ik daar dan ben in Zweden in het midden van de zomer, de zon pas heel laat onder gaat en er allemaal familie en vrienden om me heen staan… Waar je ook kijkt, alles staat in bloei. En toch heeft het iets heel melancholisch, omdat je weet dat het vanaf nu weer langzaam kouder en donkerder gaat worden en dat de winter eraan komt. Zo zie ik mijn muziek ook. Ik wil iets hoopvols overbrengen, maar mijn nummers hebben ook die bepaalde melancholie of droevigheid in zich. Die melancholie is iets typisch Zweeds. Veel van de kinderliedjes die mijn moeder vroeger zong zijn ook allemaal in mineur geschreven, waardoor het meteen een soort weemoedige toon krijgt, dat gevoel is er dus met de paplepel ingegoten. We hebben daar in Zweden ook een speciaal woord voor: ‘vemod’. Je gebruikt het als iets heel mooi, maar wel droevig is.”

“Het enige dat ik wilde was in Zweden zijn, maar toen ik niet veel later in Zweden zat, op mijn boerderij en afgezonderd van de rest van de wereld, werd ik gek van de stilte.”

“Ik probeer me met mijn muziek ook te verbinden aan de luisteraar. Ik wil het idee overbrengen dat als je je verloren of gek voelt, dat we dat ook gewoon met z’n allen zijn of kunnen zijn. Mensen voelen zich soms droevig of hebben liefdesverdriet en zitten dan even helemaal in de put, maar daar hoef je helemaal niet alleen in te zitten. Ik wil dat mensen troost in mijn nummers kunnen vinden als ze dat nodig hebben.”

Matsson maakt inmiddels al dertien jaar muziek als The Tallest Man On Earth en in die tijd is er veel veranderd in zijn leven. Niet alleen verhuisde hij van een klein dorpje in Zweden naar de grote en drukke wereldstad New York, ook is hij een groot deel van zijn tijd aan het reizen. “Als kind heb ik nooit gereisd. Ik ging met mijn familie wel eens op vakantie naar Denemarken of Duitsland, maar verder dan dat kwam ik niet. Nu ben ik bijna de helft van mijn tijd over de hele wereld onderweg. Dat heb ik een hele tijd lastig gevonden: ik was moe en wilde eigenlijk altijd op de plek zijn waar ik niet was. Op een gegeven moment zat ik in een drukke parkeergarage in St. Louis, Missouri met al mijn tassen en gear om me heen uitgestald. Ik zat er helemaal doorheen en het enige dat ik wilde was in Zweden zijn, maar toen ik niet veel later in Zweden zat, op mijn boerderij en afgezonderd van de rest van de wereld, had ik mensen om me heen nodig en werd ik gek van de stilte. Het is best wel moeilijk om nergens op je plek te zijn.”

“Tegenwoordig probeer ik meer in het nu te leven. Ik mediteer elke dag en ik kijk hoe ik bewust om kan gaan met mijn gedachten. Dat helpt me om wat meer te aarden, waar ik ook ben. Hoewel ik goede en slechte dagen heb, zit ik er niet meer zo vaak helemaal doorheen als een paar jaar terug. En ik heb een goede mix gevonden tussen de twee werelden, meestal ga ik twee à drie weken naar Zweden. Dan pluk ik paddestoelen in de natuur of ga ik in de rivier vissen, om daar vervolgens een grote maaltijd voor al mijn vrienden van te maken, die we dan in mijn grote schuur opeten. En ik maak veel en hard muziek, iets dat ik in New York wat minder makkelijk kan doen, omdat ik in een klein appartement woon. Ik kan in Zweden om twee uur ‘s nachts wakker worden en keiharde dronemuziek spelen. In New York wordt dat wat lastiger met alle buren om me heen. De rest van de tijd ben ik in New York of op tour. Het is fijn dat ik nu een goede balans gevonden heb. Ik kan het beestachtige van New York zien, want het is een harde stad om in te leven. New York is speciaal: iedereen leeft er, van de allerarmste tot de allerrijkste. We zijn allemaal verschillend, maar we moeten het samen doen, we moeten samen voor de stad zorgen. In Zweden kom je toch sneller in een bubbel terecht, omdat je weinig anders ziet dan je eigen omgeving in je kleine dorp, waar over het algemeen iedereen van kinds af aan woont. Je bent daar wat meer afgesloten van de rest van de wereld. Maar in Zweden zie ik wel weer het belang van de natuur en dat we daar beter voor moeten zorgen met zijn allen.”

Tijdens zijn shows houdt Matsson ervan om zijn vaak toch droevig klinkende nummers te omlijsten met ‘bad dad jokes’, want droevige nummers zonder humor werken volgens de singer-songwriter niet. “Het publiek en ik hebben veel lol samen tijdens een liveshow. Ik geloof niet in singer-songwriters waarbij je hoort dat diegene alleen maar zelfmedelijden heeft. Ik wil een beetje humor kunnen voelen of horen in de muziek. Als ik dat niet voel of hoor, geloof ik niet dat diegene het ook echt mee heeft gemaakt. Als je in een diep gat bent beland, baan je via humor vaak een weg naar boven. Dat soort humor die in shows of in de muziek zelf verpakt zit, is een van de krachtigste dingen die er bestaan. En ik geloof dat we elkaar beter maken door iets goed te doen voor een ander, door humor of gewoon door aardig te zijn.”

The Tallest Man on Earth staat op 30 en 31 oktober in TivoliVredenburg.

Gepost door:Loulou Kuster

Muzieksnob en cinefiel, verder voornamelijk goed in verdwalen op het internet en op straat.