Een Indiase sarangiya loopt de kleedkamer van een Schotse folkzanger in… Het is niet het begin van een slechte mop, maar wel dat van Yorkston/Thorne/Khan. Onder die naam maken James Yorkston, Jon Thorne en Suhail Khan melancholische muziek in een onwaarschijnlijk grensgebied. Hun recente album Navarasa is een unieke rondreis langs negen emoties. “Onze muziek is een verlengstuk van onze vriendschap.”

Tekst: Dirk Baart
Foto: Jon Pountney

Yorkston, Thorne en Khan hebben elkaar al weken niet gezien. Het trio was half maart net op tour vertrokken. Het klonk geweldig, maar het virus bleek daar geen boodschap aan te hebben. Toen de Britse regering geen knopen doorhakte, annuleerden de muzikanten zelf de laatste tien shows. Yorkston, Thorne en Khan keerden huiswaarts. James Yorkston naar het Schotse kustgebied East Neuk of Fife, Jon Thorne naar het Zuid-Engelse Isle of Wight. Suhail Khan verblijft in Manchester tot hij terug kan naar de Verenigde Staten, waar hij etnomusicologie (de studie van muziek in zijn culturele context) studeert aan Wesleyan University. 

Natuurlijk is er een appgroep, maar echt in contact blijven is moeilijk. “We zijn een trio omdat we samen spelen”, legt de joviale Yorkston uit. “Daarin zit ‘m de magie.” “Dat is door de huidige situatie nog duidelijker geworden”, vult Thorne, meer het serieuze type, aan. “Wat we doen leunt op spontaniteit en nabijheid. We reageren op elkaar met behulp van onze stemmen en instrumenten. Nu zitten er allerlei schermen tussen ons. Mensen vragen nu telkens: kun je jezelf niet filmen terwijl je speelt? Wil je geen online concert doen? Maar dat werkt niet, al helemaal niet met deze band. Zelfs als we in de studio zijn draait het zo erg om het moment. Opnames zijn voor ons altijd een verlengstuk geweest van de liveshows waarin we samen kunnen spelen.”

Meteen is duidelijk dat het verbond Yorkston/Thorne/Khan niet slechts van muzikale, maar ook van menselijke aard is. Terwijl Khan nog op zich laat wachten, praten Yorkston en Thorne elkaar bij over hun levens. Thorne heeft veel gezwommen en is meer dan tien kilo afgevallen. Hij geeft zijn zoons thuis les en heeft het label Two Trees Music opgezet om muziek uit te brengen die nog stof lag te happen op een harde schijf. Hij beklaagt zich over politici die de coronaregels schenden en rechts-extremisten die de Hitlergroet brengen bij het standbeeld van Winston Churchill. Yorkston beschrijft de nieuwe nyckelharpa (sleutelharp) die hij heeft aangeschaft, een traditioneel snaarinstrument uit Zweden waarvan hij zich graag bedient. Hij vertelt over wandelingen op het strand, met de hond van de buren. Over e-mails die hij al een jaar geleden had moeten beantwoorden, en over de manier waarop muziek de afgelopen maanden enige troost geboden heeft. O, en over de remix die technoproducer Max Cooper maakte van Yorkston/Thorne/Khans ‘Sukhe Pool’. “Hij heeft er zelfs een single edit van gemaakt”, gniffelt hij. “Het is niet zo dat we dan ineens als de Pussycat Dolls klinken en in de hitlijsten komen, maar het is wel echt tof. Ik zal het je zo even sturen, Jon!” Hij vervolgt: “Met Yorkston/Thorne/Khan hebben we wat ideeën heen en weer gestuurd. Ik schrijf veel liedjes, maar die klinken dan snel als mijn solomateriaal, dus ik probeer ook dingen te bedenken die wat meer ruimte open laten voor de andere twee gasten. Ik heb één idee dat denk ik goed zou werken als Jon zou zingen. Hij heeft een goede stem, weet je. Verder werken we een versie van een nummer dat ‘Arthur McBride’ heet. Ik heb dat nummer leren kennen door de Ierse band Planxty, maar het is eigenlijk de versie van Paul Brady. En dan zijn we ook nog aan de slag gegaan met oude Soefi-gedichten van Hafez.”

Drie werelden

Yorkston/Thorne/Khan is een samensmelting van drie werelden. Die van de Schotse folkzanger James Yorkston, die zijn carrière als punker begon, maar inmiddels al een jaar of twintig zijn eigen folkmuziek uitbrengt en zich daarbij graag waagt aan traditionele Keltische muziek. Die van de Britse jazzbassist Jon Thorne, die vooral furore maakte als (contra)bassist van triphopband Lamb, maar ook speelde met Badly Drawn Boy, King Creosote en King Crimsons Robert Fripp. En die van Suhail Yusuf Khan uit New Delhi, zanger met een gigantisch bereik én bespeler van de 43-snarige sarangi, een instrument van het Indiase subcontinent dat met name gebruikt wordt in klassieke Indiase muziek.

De afgelopen vier jaar maakten Yorkston, Thorne en Khan samen drie albums, waarop ze eigen materiaal afwisselen met interpretaties van Keltische klassiekers en gedichten uit Khans geboorteland. Al op debuut Everything Sacred wordt een versie van ‘Little Black Buzzer’ van de Schotse dichter Ivor Cutler afgewisseld met een vertolking van de Carnatische raga ‘Vachaspati’. Ook Neuk Wight Delhi All-Stars en het recente Navarasa: Nine Emotions staan vol verrassende vondsten waarin Yorkstons stem – met zwaar Schots accent – en Khans sarangi zich met elkaar verstrengelen, net als het Engels en het Hindi. Thorne’s baslijnen zijn het stabiele element. Op papier is het een onwaarschijnlijke samenwerking, op plaat klinkt hij plots alsof hij altijd al heeft bestaan.

Dat het partnerschap zo vanzelfsprekend voelt, heeft alles te maken met de manier waarop Yorkston/Thorne/Khan ontstond: niet met opzet, maar per toeval. “Ik speelde een show op Celtic Connections, een festival in Glasgow, toen Suhail plots mijn kleedkamer binnenkwam”, memoreert Yorkston. “Ik vroeg hem met wie hij speelde en hij antwoordde dat hij alleen was. Toen zag ik zijn instrument.” Tussen Yorkston en de sarangi is het liefde op het eerste gezicht. Een paar uur na hun ontmoeting begeleidt Khan Yorkston als die zijn folkliedjes ten gehore brengt op het podium van Celtic Connections. Niet veel later volgt een tweede afspraak, waarbij het duo urenlang experimenteert. “We maakten alleen maar vreemde, atonale geluiden, maar we vonden het fantastisch. We besloten om een trio op te richten en gingen op zoek naar een derde lid. Suhail stelde wat tabla-spelers voor en ik kende nog wel een accordeonist, maar uiteindelijk kwamen we uit op Jon. Ik wist dat hij met zijn jazzachtergrond zou kunnen improviseren op een soortgelijke manier zoals dat vaak gebeurt in Indiase klassieke muziek. Maar wat misschien nog wel belangrijker was, was dat ik uit ervaring wist dat Jon mee zou gaan naar de gekke muzikale plekken waar Suhail en ik naartoe waren gegaan. Als ik met andere muzikanten speel, worden ze weleens bang. Dan stoppen ze met spelen omdat ze niet snappen wat er gebeurt. Ik wist dat Jon dat niet zou doen. Ik wist dat hij vertrouwen zou houden.”

Honderden kleuren

Met Suhail Khan, die zich inmiddels bij zijn bandgenoten heeft gevoegd, heeft Yorkston/Thorne/Khan niet de eerste de beste sarangiya in de gelederen. Khan is de kleinzoon van Ustad Sabri Khan, de sarangi-meester die in 2015 overleed. Khan junior behoort tot de achtste generatie van zijn familie die het eeuwenoude instrument beheerst. “De sarangi lijkt erg op de menselijke stem”, verklaart Khan de aantrekkingskracht van het instrument, dat in veel gevallen alleen van vader tot zoon wordt doorgegeven. “Het kan een enorm spectrum beslaan. Niet voor niets valt het woord sarangi te vertalen als ‘het instrument van honderden kleuren’. De sarangi wordt in Indiase klassieke muziek vaak gebruikt om zangers te begeleiden. Eigenlijk ben je pas een goede sarangi-speler als je snapt hoe je dat doet. Als je de nuances van de stem begrijpt.”

Het begrip van zulke subtiliteiten stelt Suhail Khan nu in staat om te experimenteren met verschillende muziekstijlen, zoals Sabri Khan dat voor hem deed. Senior speelde onder meer met de Amerikaanse vioolmeester Yehudi Menuhin en sitarvirtuoos Ravi Shankar. Tegen het eind van de jaren zestig verkeerde hij zelfs in de entourage van The Beatles, toen de Fab Four verslingerd raakten aan Indiase muziek. “Hij was een van de eerste mensen die de sarangi naar het westen bracht”, weet Suhail Khan, die de sarangi op zijn beurt de Indiase popwereld inbracht als lid van fusionband Advaita en er mede voor zorgde dat sarangiya’s niet meer afhankelijk zijn van zangers.

Het is een beweging die in India niet altijd op waardering kan rekenen, zeker niet onder ouderen. Sarangi-meester Ram Narayan liet zich in 2005 kritisch uit over moderne toepassingen van het instrument. “Fusion is confusion”, zei hij in een interview. Yorkston/Thorne/Khan speelde tot nu toe twee keer in Khans geboorteland en oogstte er voornamelijk lof. “Maar ik weet nog dat we er voor het eerst kwamen en dat er een groep oude mannen op de voorste rij kwam zitten”, vertelt Yorkston. “Ze gingen recht voor de neus van Suhail zitten. Het was duidelijk dat ze er waren vanwege zijn beroemde opa. Ik zag dat ze dachten dat het verschrikkelijk ging worden, maar gaandeweg lukte het ons om ze van mening te doen veranderen.” 

Thorne, Yorkston en Khan bij de Ganges tijdens een bezoek aan India.

“Ik vind het heel dapper hoe Suhail de sarangi introduceert in de moderne muziek”, vult Thorne aan. “Ik geloof niet dat hij zich er iets van aantrekt, maar omdat hij onderdeel is van een lange lijn sarangiya’s ligt er wel een bepaalde druk op zijn schouders en niet op die van James en mij. Maar ik denk dat Suhail weet dat hij bij James en mij niet aan verwachtingen hoeft te voldoen. Ik heb in deze samenstelling nooit het idee dat de andere twee willen dat ik dit of dat speel, we zoeken simpelweg manieren om onze werelden aan elkaar te lijmen. En ach man, ik zou de hele avond naar James en Suhail kunnen luisteren. Ik prijs me erg gelukkig dat ik tussen hen in mag staan. Toen ik 30 jaar geleden begon met muziek maken had ik niet durven dromen om deel uit te maken van een band als deze, om de kans te hebben om zo veel muzikaal terrein te ontdekken.”

“Toen ik 30 jaar geleden begon met muziek maken had ik niet durven dromen om deel uit te maken van een band als deze.”

Khan vervolgt: “Het voelt ook helemaal niet alsof ik simpelweg een traditioneel instrument toevoeg aan westerse muziek en het daarmee modern maak, zoals zo veel wordt gedaan binnen de ‘wereldmuziek’. Dat is zo overschat. We zijn eigenlijk een heel traditioneel trio, we spelen bijna volledig akoestisch en hebben niet eens een drummer. En we zijn waarschijnlijk de eerste groep die de klassieke muziek van India combineert met Britse folk. Natuurlijk denken we goed na over de manier waarop we met het materiaal omgaan, maar je moet ook dapper zijn. Mijn vader heeft me altijd geleerd dat kennis groeit als je het deelt.”

Zo ging het ook met Navarasa, de recente plaat van Yorkston/Thorne/Khan. Het album is volledig gebouwd rondom een notie uit het Sanskriet (de heilige taal van het hindoeïsme) van negen centrale emoties, die oorspronkelijk stamt uit de vijfde of zesde eeuw. Elke emotie – van vreugde tot verdriet en van romantiek tot walging – sluit aan bij een van de negen nummers op de plaat. Het zorgt voor een album waarop met relatief beperkte middelen een breed spectrum wordt beslagen, met veel dynamiek. “Veel Indiase dans- en theatervormen zijn rond die emoties gebouwd”, legt Khan uit. “Ik denk dat ik het er in 2017 al eens over had met James en Jon, omdat ik voor mijn PhD in etnomusicologie veel onderzoek heb gedaan naar de filosofische context van Indiase klassieke muziek. Toen we dit album aan het maken waren, bleek eigenlijk dat het concept van navarasa op een natuurlijke wijze aansloot bij de liedjes. We hoefden het helemaal niet te forceren.”

Een nieuw palet

Eigenlijk is het voor Yorkston/Thorne/Khan alleen maar een voordeel gebleken dat de bandleden niet zo bekend waren met elkaars muzikale achtergrond. Khan leerde weliswaar wat westerse muziek (Led Zeppelin, Rage Against the Machine, dat werk) kennen toen hij op een internationale school zat, maar Britse folk deed tot een paar jaar terug geen belletje bij hem rinkelen. Yorkston vertelt vol lof over het album A Meeting by the River van de Hindoestaanse instrumentalist Vishwa Mohan Bhatt en de Amerikaanse songwriter Ry Cooder. “Maar verder had ik voor dit project weinig ervaring met Indiase muziek. Ik had je niet kunnen vertellen hoe je sarangi spelt.” 

“Wat mij betreft zijn drones hetgeen dat onze stijlen verbindt. Ze zijn natuurlijk essentieel in de manier waar Suhail muziek maakt, maar ook in de krautrock waar James fan van is. Als we live spelen, klinken we soms echt als Can. Zelf ben ik groot liefhebber van In a Silent Way van Miles Davis, een album waarop hij veel drone-achtige effecten gebruikt. Een jazzband waar ik in speelde, speelde veel muziek van Charles Mingus. Er zit ook iets van zijn muziek in de onze, denk ik.”

“Al met al biedt Yorkston/Thorne/Khan me zo’n nieuw palet”, legt Yorkston uit, als hij nog eens teruggrijpt op de versie van ‘Arthur McBride’ waar het trio aan werkt. “Dat nummer gaat over het Britse leger. Als je het zingt in combinatie met een Indiaas instrument, neemt dat natuurlijk een compleet andere betekenis aan, gezien de verschrikkelijke daden van het Britse leger in India. Het biedt een nieuwe kijk op een oud nummer. Ik vind dat enorm spannend.”

“Onze muziek is een verlengstuk van de vriendschap die we de afgelopen jaren hebben omgebouwd.

Een ander voorbeeld is ‘Westlin Winds’, een van de meest aangrijpende nummers op Navarasa. Het is een bewerking van een tekst van de achttiende-eeuwse schrijver Robert Burns. Of althans, een deel van het nummer is ontleend aan de beroemdste Schotse dichter ooit. “Ik probeerde een deel van de tekst te vertalen”, vertelt Khan. “Maar ik vind dat erg moeilijk, zeker met folkliedjes die al zo’n lange geschiedenis achter zich hebben. Na vele pogingen zocht ik mijn toevlucht in het werk van een soefistische dichter uit de veertiende eeuw, een spirituele filosoof die zich bezighield met dezelfde onderwerpen als Burns. Op een heel organische manier versmolten die twee teksten met elkaar. Het is voor mij een perfecte samenvatting van deze band.”

De re-interpretatie met de meeste emotionele waarde die Yorkston/Thorne/Khan tot nu toe maakte is zonder twijfel de versie van ‘The Blues You Sang’ op Neuk Wight Delhi All-Stars. De tranentrekker verscheen oorspronkelijk op Cellardyke Recording and Wassailing Society (2014), een soloplaat van James Yorkston. De Schot schreef het na de dood van zijn bassist Doogie Paul en zag hoe het eerbetoon uitgroeide tot een van zijn meest geliefde nummers. “Ik had het nooit met deze gasten gespeeld als ik er niet zeker van zou zijn geweest dat ze het aankonden”, vertelt Yorkston over de ‘cover’, die door Khans ontroerende spel zo mogelijk nog hartverscheurender is dan het origineel. “Op een bepaalde manier doet het nummer me nu denken aan de muziek van Ali Farka Touré. Er zit zoveel ruimte tussen de instrumenten, maar we zijn niet bang voor die breekbaarheid. We horen de schoonheid in de stilte, dus we durven het aan om stiltes te laten vallen. Het is fantastisch voor me om ‘The Blues You Sang’ met Suhail en Jon te spelen, en Doogie had het ook geweldig gevonden. Het bijzondere van deze band is dat het berust op niets meer dan het luisteren naar en het beantwoorden van elkaar. Het project is begonnen als toevalligheid en op een bepaalde manier is het dat nog steeds.”

Na een korte stilte trekt Jon Thorne de conclusie van het gesprek: “Onze muziek is een verlengstuk van de vriendschap die we de afgelopen jaren hebben omgebouwd. Ik denk dat ik het daarom ook zo mis om samen te spelen. Vroeger vond ik Yorkston/Thorne/Khan een beetje een vreemde naam, maar inmiddels ben ik erachter dat het de perfecte naam is. Het vat op een hele simpele manier de democratie die ten grondslag ligt aan onze muziek.”

Navarasa: Nine Emotions is uit via Domino Records. Beluister het album via Bandcamp.

Gepost door:Dirk Baart

Oude ziel en notoir anglofiel. Dirk is mede-oprichter van Front, assistent-programmeur bij Poppodium EKKO in Utrecht en marketeer bij Into The Great Wide Open en Valkhof Festival.