Even leek het erop dat Fat White Family geslaagd was in zijn missie zichzelf te vernietigen. Het ene opperhoofd, Saul Adamczewski, werd door het andere, Lias Saoudi, min of meer uit de band gezet met het verzoek eens een afkickkliniek te bezoeken. Vervolgens had het duo in zijn zijprojecten meer plezier dan het ooit in Fat White Family had gehad. Toch kwam er dit jaar een nieuw album van de Londense provocateurs, waarop ze hun fascinatie voor alles dat vies, verslavend of ronduit verschrikkelijk is op een verrassend verslavende manier bezingen.

Tekst: Dirk Baart

Tuurlijk, een persdag vol interviews mag best comfortabel zijn. En Fat White Family is ook geen beginnend bandje meer. Maar toch voelt het vreemd om het drietal, dat sinds zijn jeugd voortdurend te kampen heeft gehad met financiële onzekerheid, te ontmoeten in een chic hoofdstedelijk hotel. Op de benedenverdieping lanceert Lil Kleine zijn nieuwe kledinglijn, vlak daarboven dartelen drie markante figuren in net te grote pakken van binnen naar buiten. Na elk gesprek vindt een uitgebreide rookpauze plaats: die huidjes blijven immers niet vanzelf zo grauw en grijs.

De broers Lias en Nathan Saoudi ploffen even later weer neer op een bank in de donkerste hoek van het hotelrestaurant. Het volgende zakje wiet ligt al klaar op de glazen tafel. Adamczewski, die meer wal dan wang op zijn gezicht heeft, staat nog bij de draaideur, zich te verwonderen over toeristen met selfiesticks. De duivelse gitarist is net Murdoc Niccals van Gorillaz, maar dan zonder voortand. “Begin maar vast, hoor”, grinnikt Lias. “Ik denk niet dat hij nog komt.”

In plaats van Adamczewski fungeert Nathan Saoudi een halfuur lang als de sidekick van zijn grote broer. Veel gaat er niet van hem uit: Nathan zakt onderuit, luistert maar met een half oor en geeft op vrijwel geen enkele vraag antwoord. Af en toe mompelt hij iets op een verbeten toon, maar het is duidelijk dat Lias vandaag het gesprek moet voeren. Nathan, die lijkt vooral meegestuurd te zijn op de perstour omdat hij op een vrij prominente rol heeft op Serfs Up, de nieuwe Fat White Family-plaat die gepromoot dient te worden. Dat zit zo: aan het eind van de tourcyclus voor Songs for Our Mothers (2016) hing Fat White Family aan een zijden draadje. “Je moet niet onderschatten hoe heftig touren is”, verheldert Lias. “Je kunt eigenlijk niet eens even lekker een boek lezen. De achterbank van onze bandbus werd een soort snelkookpan voor verwarring, paranoia en jaloezie.”

Dat werd er niet beter op toen Adamczewski’s drugsgebruik – zelfs voor Fat White Family-begrippen – uit de klauwen begon te lopen. Adamczewski was verslaafd geraakt aan cocaïne en heroïne, en de even fascinerende als choquerende tandem die hij met Lias vormde liep spaak. Al voor het eind van de tour vertrok Adamczewski uit de band. Deels op verzoek van zijn bandgenoten, deels uit eigen overwegingen.

Adamczewski kickte af in Mexico en Vegas, maar kwam pas vorig jaar terug bij de band om Serfs Up af te maken. In de tussentijd maakte hij nog een album met Insecure Men, een project met jeugdvriend Ben Romans-Hopcraft van Childhood. De twee vormden de band eind 2015, uitgerekend in de Queens Head, de beruchte pub in Zuid-Londen die Fat White Family ooit kraakte en waar het na de dood van Margaret Thatcher in 2013 deze controversiële foto maakte.

Insecure Men maakte zijn album deels in New York, in de studio van Sean Lennon, zoon van. De plaat vormde Adamczewksi’s wedergeboorte, én zijn verzoening met de gebroeders Saoudi. Die verleenden namelijk allebei hun medewerking aan het album. “Dat ging heel goed”, herinnert Lias zich. “We waren allebei even uit elkaar geweest. Ik zat een tijdje in Zuidoost-Azië en Nathan in Mexico. De druk stond niet zo op de ketel omdat het niks met Fat White Family te maken had. Achteraf lijkt het natuurlijk alsof het altijd zo had moeten gaan.”

En zo keerde de verloren zoon vorig jaar terug op het familiefeest. Er was alleen één probleem. In de veronderstelling dat het nog wel even kon duren voor Adamczewski zijn opwachting weer zou maken, waren Lias en Nathan vast begonnen aan hun volgende plaat. Het was voor Nathan de eerste keer dat hij actief meeschreef aan een album. “Natuurlijk was het apart om alles met Nathan te doen dat ik eerst met Saul deed. Maar het was ook wel verfrissend. We maakten dingen die veel melodieuzer waren dan alles dat we daarvoor hadden gemaakt.” ‘Feet’ bijvoorbeeld, een van de eerste nummers waar Nathan aan meewerkte; de track schuurt tegen disco aan, al verwijst hij ook naar rai, een folkstroming uit Algerije, waar de roots van Lias en Nathan liggen. “Toen Saul uiteindelijk terugkwam, moest hij voor de verandering dingen schrijven die pasten bij wat wij al hadden gedaan.”

Nog een verandering: Fat White Family verhuisde. Onder Nathan Saoudi’s bezielende leiding had de band zijn biezen gepakt, Londen achter zich gelaten en een nieuw onderkomen gevonden in Attercliffe, een industriële voorstad van Sheffield. De band kon er een volledig huis in een goede buurt huren, richtte er een eigen studio op en stichtte er nóg een zijproject, The Moonlandingz. “Sheffield is niet zo’n sociale plek”, legt Nathan uit. “Er zijn minder afleidingen dan in Londen. Eigenlijk is er niks te doen. De energie die we normaal verspilden door slap te lullen tegen allerlei vreemden konden we nu in onze muziek steken. We gingen niet uit, maar werden gewoon dronken in de studio en werkten aan de plaat.”

Dronken inderdaad, want de band gebruikte veel minder drugs dan voorheen. Dat zegt in dit geval precies niets, want alleen heroïne was uit den boze. De band gebruikte nog wel wat coke. “Om wakker te blijven.” En geregeld ook wat lsd. “Goed voor de creativiteit. Maar al met al zijn we veel kalmer, hoor. Je krijgt op een gegeven moment door dat je katers langer en langer duren en dat je niet voor altijd weekend kunt hebben. We realiseren ons dat we een kans hebben om hele vreemde muziek te maken, die hebben niet zoveel mensen tegenwoordig. Als we straks veertig of vijftig zijn, wil ik wel kunnen zeggen dat we van die kans gebruikt hebben gemaakt. Dat we interessant werk hebben gemaakt met interessante mensen.”

Interessante mensen, daar zijn er de afgelopen jaren best wat de revue gepasseerd in het universum van Fat White Family. Meer dan dertig leden waren kort of minder kort lid van de groep. Dale Barclay bijvoorbeeld, de frontman van The Amazing Snakeheads die inviel voor Saul Adamczewski maar vorig jaar op veel te jonge leeftijd overleed aan de gevolgen van hersenkanker. “Ik heb The Fall altijd als een voorbeeld voor onze band gezien”, vertelt Lias. “Iedereen zit in de band en niemand zit in de band. Vroeger was het moeilijk om mensen van buitenaf uit te nodigen, omdat we elkaar al nauwelijks konden luchten of zien en onszelf molesteerden met harddrugs. Nu was alles heel open.”

Op Serfs Up werkte Fat White Family met een flinke groep getrainde multi-instrumentalisten, waaronder nieuw kernlid Alex White, Ben Romans-Hopcraft, de piepjonge popzusjes Honey Hahs en de broers Dante en Gamaliel Traynor. Het album bevat een ballade met rijke strijkarrangementen (‘Oh Sebastian’, ‘Rock Fishes’), een single die begint met Gregoriaanse koorzang (‘Tastes Good With The Money’, een soort apocalyptische ‘Sweet Caroline’) en een swingende chanson met rokerige saxofoons die zo van Leonard Cohen had kunnen zijn (‘Vagina Dentata’). “You ever get a feeling that nobody’s listening for a very good reason?”, croont Lias niet geheel toonvast in die laatste. Het is een zin die hij voor het eerst zei toen hij voor een show met The Moonlandingz extreem nerveus raakte en allerlei nonsens begon uit te kramen. Maar de regel gaat eigenlijk ook op voor Fat White Family, een band die de afgelopen jaren meer dan eens interessante statements maakte over alles dat lelijk is in het leven, maar ook vaak verviel in smakeloze shockrock die verschrikkingen als de Holocaust als materiaal voor grappen gebruikte.  

Anno 2019 benadert Fat White Family dezelfde onderwerpen met meer nuance, al neemt het ook enige afstand van zijn fascinatie met totalitaire regimes. In de video voor ‘Feet’ strompelt Lias naakt over een slagveld, door een machtige stad die gevallen is. En in ‘Kim’s Sunset’ zingt hij met medelijden over Kim Jong-Un. “Het nummer gaat over een dictator die er wel een beetje klaar mee is, die verveeld uitkijkt over zijn rijk terwijl een eenzame traan over zijn wang rolt. Een man die meeleeft met zijn ongebruikte arsenaal en zijn hand boven de rode knop laat zweven, twijfelend of hij niet gewoon aan alles een eind moet maken.”

Op Serfs Up maakt Fat White Family in ieder geval een einde aan zijn eigen dictatuur, aan zijn verlangen naar zelfdestructie. Het is – zoals men dat dan noemt – een volwassen plaat, die de band in staat stelt alle kanten op te gaan. “Nee, ik geloof niet dat iemand deze plaat van ons verwacht had”, grinnikt Lias. “Ik denk niet dat iemand nog íéts van ons verwacht had. Mensen denken dat we naakte dronkenlappen zijn die rondrollen in onze eigen uitwerpselen, iedereen lastigvallen en afschuwelijke liedjes schrijven over verkrachting. Ik vind het best leuk om dat imago op social media in stand te houden. Dan is het nóg grappiger als mensen deze plaat luisteren en horen hoe zoet, melodieus en verleidelijk hij eigenlijk is.”

Serfs Up is uit via Domino Records. Fat White Family speelt op zaterdag 7 december op Upon The My-OMy in Doornroosje en op zondag 8 december in de Melkweg.

Gepost door:Dirk Baart

Oude ziel en notoir anglofiel. Dirk is mede-oprichter van Front, assistent-programmeur bij Poppodium EKKO in Utrecht en marketeer bij Into The Great Wide Open en Valkhof Festival.