Mink Steekelenburg kan alle kanten op. En dat gaat hij ook. Onder de naam Winterdagen maakt de Rotterdamse componist neoklassieke pianomuziek, maar flirt hij ook met techno en andere elektronica. Hij slaat de handen geregeld in één met cellisten, violisten en gitaristen, maar ook met beeldend kunstenaars. En juist op de drukste momenten vindt hij het geduld om zijn meest gelaagde werken te maken. “Ik vind neoklassieke pianomuziek snel saai.”

Tekst: Loulou Kuster & Dirk Baart
Foto’s: Kamiel Scholten

31 december 2015, de klok nadert twaalf. Men maakt zich op voor de jaarwisseling. De laatste oliebollen worden verorberd, de champagne wordt uit de koelkast gehaald en buiten kiezen de eerste vuurpijlen het luchtruim. Maar Mink Steekelenburg, het brein achter Winterdagen, stort zich nog niet in het feestgedruis. Hij zit achter de piano en schaaft aan een muziekstuk. ‘In here, it’s quiet’ heet de compositie, die afgelopen april eindelijk verscheen. Een minimalistisch werk is het, zo zacht dat de mechaniek van Steekelenburgs piano nog hoorbaar is. Af en toe lijkt het wel alsof er een gillende keukenmeid voorbij vliegt, heel ver weg. “De compositie gaat over tot rust komen”, vertelt Steekelenburg in een poging uit te leggen waarom hij ‘In here, it’s quiet’ vijf jaar na dato nog uitbracht. “Het gaat over je afsluiten van dingen en gewoon in jezelf zijn. Ik denk dat dat iets is waar mensen hoop uit kunnen halen, zeker nu alles even helemaal op zijn kop staat.”

Ook ‘Westerkerk – b e m version’, een recente track die als voorbode fungeerde voor Winterdagens nieuwe EP Phase In, kwam tot stand in een omgeving waarin Steekelenburg zelf op zoek moest naar rust. De compositie ontstond in de gelijknamige kerk van Terschelling tijdens festival Oerol, waar Winterdagen tien dagen op rij een audiovisuele performance gaf, waarin beelden van een winters Terschelling op de muren werden geprojecteerd. Tijdens die voorstellingen ontstond ‘Westerkerk’ stukje bij beetje, als ode aan de plek die zelfs grote gezelschappen feilloos tot kalmte wist te manen. “Het nummer klinkt voor mij ook heel erg als die plek”, analyseert Steekelenburg. “Een kerk kan iets heel treurigs hebben, maar deze kerk heeft dat helemaal niet. Het is een klein houten kerkje, heel fijn en licht, niet zo grauw als een normale kerk.” Net als ‘In here, it’s quiet’ heeft ‘Westerkerk’ inderdaad iets troostends. Iets hoopvols, zelfs.

Het zijn kwaliteiten die natuurlijk snel worden toegeschreven aan het werk van componisten die zich net als Steekelenburg bezighouden met neoklassiek, bij gebrek aan een beter woord. Aan dat van Nils Frahm, Ólafur Arnalds en landgenoot Joep Beving, om er een paar te noemen. De populaire playlists waarin hun werk verzameld wordt staan vaak vol zoete schoonheid, ideaal om als achtergrondmuziek te draaien tijdens het werken of studeren. Gelukkig durven componisten in het neoklassieke genre ook steeds vaker de aandacht op te eisen. Ze doorspekken hun pianomuziek met elektronische invloeden en zoeken wat meer de randjes op. Winterdagen vormt daarop geen uitzondering. Sterker nog, muzikaal experiment vormt een belangrijk onderdeel van het project. Luister maar naar ‘Up North’, de laatste track van Phase In. Het is een onheilspellende compositie. Koud en duister, geïnspireerd door de bossen in het hoge noorden van Scandinavië waar Steekelenburg zelf nooit is geweest. Of naar ‘Clearing’, een werk waarin Steekelenburg zijn talent voor muzikale bloei en verval tentoonspreidt. “Het is een best wel klein en simpel pianostukje, maar er komen stiekem steeds meer lagen bij. Die lagen vervallen dan weer, om plaats te maken voor de bloei van het nummer.” Het is een nummer dat als geen ander Steekelenburgs liefde voor melancholische, op en neer bewegende techno en house verraadt. Producers als Jon Hopkins, Oneothrix Point Never en Max Cooper, het zijn minstens zulke grote inspiratiebronnen voor Winterdagen als de bovengenoemde pianisten. Onlangs nog nam Steekelenburg een soloversie op van ‘Canone Infinito’, een recente productie van Lorenzo Senni, de experimentele Italiaan die grossiert in hard techno en pointillistische trance. In zijn sets voor het Rotterdamse online radiostation Operator draait Steekelenburg ambient, elektronica en klassiek dwars door elkaar heen.

Steekelenburg is een muzikant die geen boodschap heeft aan genres, die niet per se de perfecte sound hoeft te vinden, maar Winterdagen vooral benadert als een speeltuin. Dan slingert hij weer even aan het ene geluid, dan glijdt hij weer van het andere af. Wat hem betreft zijn de mogelijkheden oneindig. Het is een instelling die ervoor zorgt dat Steekelenburg soms op onbegrip stuit. “Ik had wat labels benaderd voor de plaat die we hebben gemaakt van de voorstelling op Oerol”, vertelt hij. “Maar de labels met wie ik werk als ik neoklassieke pianomuziek maak, zeiden: ‘Gast, dit is helemaal geen neoklassieke pianomuziek! Dit kunnen we niet uitbrengen.’” Voorlopig kan Steekelenburg wel lachen om dat soort reacties. “Laatst kwam er na een concert een meisje naar me toe. ‘Hee, jij bent toch Mink van Winterdagen?’, vroeg ze. ‘Ik heb je al een paar keer zien spelen en de laatste keer deed je ineens allemaal elektronische dingen. Toen dacht ik: wat ben je nou aan het doen?’ Ik sta er zelf helemaal niet bij stil dat mensen met bepaalde verwachtingen naar mijn shows komen.”

Dé manier waarop Steekelenburg – ook lid van de Rotterdamse krautrockband Smudged Toads – de muzikale horizon van Winterdagen verbreedt is door samenwerkingen met andere kunstenaars aan te gaan. Zo nam hij in 2018 een track van het Deens-Duits-IJslandse project VIL onder handen en maakte de Britse technoproducer The Mountain Howl een jaar eerder zijn eigen versie van Winterdagens ‘Grenzeloze Rotterdammers II’.

In de vaste bezetting van Winterdagen speelt Steekelenburg samen met bassist en gitarist Martijn Eikenhout en violist Jaap Rovers. Maar verder is van vastigheid weinig sprake: het trio gedijt juist bij improvisatie. Natuurlijk treft men voorbereidingen, maar honderd keer hetzelfde stuk op dezelfde manier repeteren? Nee, dat past niet bij het project. Steekelenburg gelooft juist heilig in variatie. “Toen we op Oerol tien keer achter elkaar hetzelfde stuk moesten spelen, merkte ik wel dat het er technisch beter op werd. Maar improvisatie maakt muziek spannender, zowel voor mij als voor de mensen die ernaar luisteren. Als ik dingen wil leren, dan ga ik het natuurlijk wel oefenen, maar ik hou van de uitdaging van steeds een beetje anders spelen.”

“Ik wil muziek maken die nieuw klinkt in mijn oren.”

Improvisatie vormde ook de basis van Steekelenburgs samenwerking met beeldend kunstenares Iris Woutera, die uiteindelijk uitmondde in een vier uur durende performance in opdracht van het Parijse Centre Pompidou. Vier uur lang konden bezoekers in en uit lopen en toekijken hoe dansers door de ruimte bewogen in Woutera’s sculpturen van kleding. Steekelenburgs muziek vormde de soundtrack. “We hebben natuurlijk veel gerepeteerd, omdat je elkaar goed moet aanvoelen in zo’n performance”, legt de Rotterdammer uit. “Maar de kracht van wat we hebben gedaan lag bij het improviseren.”

Voor Phase In, de langverwachte eerste EP van Winterdagen, vond Steekelenburg voor de productie een partner in cellist en producer Maarten Vos. Vos werkte de afgelopen jaren samen met onder meer Colin Benders, Remy van Kesteren en scenograaf Nick Verstand, maar vormde als lid van het project Blazing Suns ook een audiovisuele clubervaring. Samen met Vos dook Steekelenburg Kytopia in, de broedplaats onder de bezielende leiding van Colin Benders, die tot voor kort huisde in het voormalige Tivoli Oudegracht. “Het is groot, je hebt er heel veel verschillende ruimtes”, legt Steekelenburg uit. “Daar hebben we de opnames gemaakt. Je hebt bijvoorbeeld verschillende piano’s en oude taperecorders in het gebouw, en iedere ruimte zorgt weer voor andere effecten.” Vos speelt cello en modulaire synthesizer en zorgt er zo voor dat elke compositie op Phase In bijzonder gelaagd klinkt. Daar kwam die analoge phaser, de inspiratie voor de naam van de EP, trouwens ook goed voor van pas. “Al die laagjes zitten soms subtiel en soms wat minder subtiel in de muziek verwerkt. Zelfs als je ze amper hoort, zorgen ze er toch voor dat het spannend blijft. Neoklassieke muziek is vaak een klein en simpel stukje piano, maar dat vind ik zelf snel saai. Ik vind het leuker om iets te maken dat nieuw klinkt in mijn oren, dus dat probeer ik ook te maken. Dit is de eerste keer dat dat écht is gelukt.”

De EP Phase In komt op 29 mei uit via 1631 Recordings.  

Gepost door:Loulou Kuster

Muzieksnob en cinefiel, verder voornamelijk goed in verdwalen op het internet en op straat.