“Verhalen in hiphop zijn heel vaak hetzelfde, maar zoiets als dit had ik nog nooit eerder gehoord.” Dominique Purdy zegt het zelf: er zijn maar weinig rapalbums zoals zijn autobiografische epos Little Dominiques Nosebleed. Tot in de kleinste details vertelt de 36-jarige rapper over zijn tumultueuze kindertijd in de wijk waar hij zich naar vernoemde, Koreatown, L.A., met als narratief middelpunt een trauma dat al op de hoes uiteen wordt gezet: “When I was a little kid, I was in two serious car accidents that would change the rest of my life.”

Tekst: Ruben van Dijk
Foto’s: Mark Bijasa

Al zijn hele volwassen leven put Dominique Purdy inspiratie uit zijn jeugd; als stand-upcomedian, als hoofdrolspeler en schrijver van de zwarte komedie Driving While Black (2015), en sinds een jaar of tien als rapper en producer The Koreatown Oddity. Die inspiratie uitte zich lange tijd in abstracte verwijzingen en korte anekdotes, maar daar komt verandering in als Purdy in de zomer van 2017 met de track ‘Koreatown Oddity’ het fundament legt voor Little Dominiques Nosebleed. Het wordt een onomwonden zelfportret, waarop Purdy met karakteristieke nonchalance en humor zijn afkomst en achtergrond voor de luisteraar schildert. De boodschap: “I won’t forget where I started and how far I came.”

“Ik wil niet leven met trauma, verdriet en woede. I’m not rocking like that. Ik wil onderdeel zijn van iets beters.”

Want de jeugd van Purdy is innig verweven met Koreatown, een wijk in centraal Los Angeles met zo’n 130.000 inwoners op krap zeven vierkante kilometer. “The place where I’m from wasn’t all kimchi,” zingt Purdy op ‘Kimchi’, en Koreatown is inderdaad meer dan de etnische enclave die de naam doet vermoeden. Vijftig procent van de bevolking is latinx, grofweg een derde is van Aziatische afkomst; slechts vijf procent is zwart. Anno 2020 is de wijk hip: een culturele, culinaire en toeristische hotspot, met de hoogste dichtheid van nachtclubs, restaurants en 24-hour businesses van het land. Begin jaren negentig – in de tijd van Little Dominiques Nosebleed – was het een andere plek.

De twee auto-ongelukken waar hij als vijf- en zesjarige in belandde, vormen op het album een casus voor Purdy’s persoonlijke achtergrondverhaal, evenals die van Koreatown. “Ripples from the impact spread out as wide as free jazz concepts”: als kind stikte hij regelmatig bijna in zijn slaap; tot op de dag van vandaag kampt Purdy met bloedneuzen en migraineaanvallen.

Op de vraag of Purdy die auto-ongelukken als een trauma heeft ervaren klinkt aan de andere kant van de lijn een bulderlach: “A trauma? Hell yeah. Fuck yeah. Iedereen die zoiets als dit meemaakt heeft een trauma. Maar waarschijnlijk was het nog een veel groter trauma voor m’n moeder. Er zat amper een jaar tussen die ongelukken. Uiteraard heb ik al die dingen gevoeld, heb ik al die dingen meegemaakt, maar als ik er nu over nadenk en als ik naar mijn kind kijk, denk ik: damn, that’s crazy. Vanuit dit perspectief zie ik alles veel helderder voor ogen. Daarom is mijn moeder ook onderdeel van de plaat.”

Purdy’s moeder Doria – ooit lid van de hiphopbeweging Zulu Nation en vrienden met Ice T en Grandmaster Craz –  speelt inderdaad een hoofdrol op ‘Little Dominiques Nosebleed, Pt. 1’ en ‘Pt. 2’, de ankerpunten van het album. Op beide tracks herbeleeft ze de momenten vlak na beide auto-ongelukken, in alle woede en paniek. Tussendoor klinkt een sample van stand up-legende Richard Pryor: “Damn, I’m gon’ bleed to death waiting on an ambulance. … Ain’t no way to get an ambulance in the ghetto, right? Unless you call up: ‘there’s five niggas killing a white woman!’”

Hoe is dat, om samen met je moeder in de studio zo’n traumatisch moment op te rakelen? “Easy. It was easy as fuck. Ik liet haar de track horen, vertelde haar wat ze moest doen en ze had ‘m gewoon meteen. En of het een bepaalde pijn omhoog bracht? Nah, niet echt. Maar het was heel dope om die ervaring samen met haar in muziek te vertalen, om het op die manier uit te drukken. Like, wow. Ik had nooit gedacht dat we dat moment nog eens zouden naspelen. Het was alsof we weer precies op die plek waren. Like a fucking movie.

Het is de eerste noch de laatste keer dat Purdy in het gesprek over films begint. Het ene moment vergelijkt hij Little Dominiques Nosebleed met The Empire Strikes Back: “This shit is like Star Wars, you know what I mean? In de eerste film zie je een perspectief dat niet compleet is, maar in de film daarna kom je langzaam een beetje meer te weten. Wie is Luke Skywalker? Waar hij heeft hij z’n training gehad?” Het andere moment vergelijkt hij het met Jordan Peeles Get Out: “Misschien heb jij Get Out gekeken en was het voor jou eerst een hele andere film. Witte mensen beleven Get Out anders dan zwarte mensen, tot iemand ze over alle racial undertones verteld, alle metaforen.”

“Mensen weten veel dingen niet over je, en soms wil je ze die dingen laten weten, omdat het misschien iets is waar anderen zich in kunnen vinden en hun eigen belevingswereld mee kunnen verrijken.”

Misschien wel het meest filmische moment  dat beschreven wordt op Little Dominiques Nosebleed, naast beide auto-ongelukken, zijn de rellen van 1992. Een jaar eerder, in maart 1991, schiet een Koreaanse winkelier in zijn winkel in Koreatown Latasha Harlins (15) dood. In plaats van de door de jury aanbevolen zestien jaar celstraf, komt Soon Ja Du er met een taakstraf vanaf. Diezelfde maand wordt Rodney King, een zwarte man, voor een verkeersovertreding aangehouden en vervolgens 56 keer met een baton geslagen door de vier aanwezige agenten. King raakt ernstig gewond. Alle vier de agenten worden een jaar later, door een volledig witte jury, vrijgesproken. Het is de druppel voor vele tienduizenden Afro-Amerikanen: direct na de uitspraak in de zaak-Rodney King ontstaan er rellen, wordt er geplunderd en brand gesticht. Die week vallen er 63 doden en ruim tweeduizend gewonden en worden er ruim twaalfduizend arrestaties verricht. De schade is ruim een miljard dollar, waarbij Koreatown buitenproportioneel zwaar is getroffen. (Meer weten over de rellen van ’92? De documentaire LA 92 (2017) is in zijn geheel op YouTube te zien.)

Op ‘Koreatown Oddity’ vertelt Purdy zijn versie: “Riding around with mom in the riots to loot. Terry with the Jheri curl tying plastic bags on his shoes. Koreans on the roof of the California Mart with the shotguns ready to shoot. The entrance blocked by shopping carts. You’ve seen it on the news. I’ve seen it with my own eyes, in person, ‘cause I stay two blocks away. And I still got VHS tapes from that day.”

Hij noemt het, vol overtuiging, een hoogtepunt in zijn leven. “De situatie waar het uit ontstond was verkeerd, maar de rellen waren voor mij echt een hoogtepunt. Ik kom uit L.A., ik was daar. M’n moeder reed samen met m’n homie Terry in de auto rond om te plunderen, en ik zat ernaast. Ik kon gewoon achterover leunen en alles vanachter het raam observeren. I was seeing this shit live, like in a fucking video game. It was as real as the realest video game. But it was real.” Eng was het niet, voor de toen achtjarige Dominique. “Ik was aan het trippen. Het was intrigerend, ontzagwekkend, maar ik wist dat dit gebeurde omdat de politie het had verkloot. Wij stonden aan de juiste kant. Ik maakte me geen zorgen: niemand viel ons aan. We were on the side of getting shit.” Zoals de doos vol videobanden die Purdy nog altijd in zijn huis heeft staan. “Vanuit het perspectief van de politie was het ongetwijfeld een ander verhaal, vanuit het perspectief van iemand die daar niets te zoeken heeft, maar voor mij… Het is een ervaring die mij zeker heeft gevormd, mij een bepaalde kijk op de wereld heeft gegeven.”

Van de gebeurtenissen in Los Angeles in het voorjaar van 1992 is de stap snel gemaakt naar wat er zich momenteel afspeelt in onder meer Kenosha en Minneapolis. Veel is er sindsdien veranderd, opvallend veel is hetzelfde gebleven. Purdy hoeft zich er niet over uit te spreken. Daar heeft hij Little Dominiques Nosebleed al voor. “Ik weet het niet man. Wij – black people – worden voortdurend gevraagd hoe we ons hierover voelen. Zo vaak. But I’m like, whatever man. Motherfuckers ain’t gonna stop nothing they don’t wanna stop. Het enige dat ik kan doen is mijn leven leven als een positieve zwarte man, dope shit doen, mogelijkheden creëren voor mensen die dope zijn, en niet achterlijk. Dat is zo’n beetje alles dat ik kan doen. Ik kan de hele tijd gefrustreerd en fucking boos lopen zijn, maar als de politie ergens mee stopt, dan stoppen ze ermee; en als ze dat niet doen, dan doen ze het niet. Ik wil niet leven met trauma, verdriet en woede. I’m not rocking like that. Ik wil onderdeel zijn van iets beters.”

In het heden leven; de blik vooruit, niet achteruit. Het klinkt wat tegenstrijdig voor iemand die een heel album heeft gemaakt vol verwijzingen naar een voorbij verleden, maar in de filosofie van Purdy leven al die dingen voort in het nu. “Mensen weten veel dingen niet over je: waarom je bepaalde dingen doet zoals je ze doet, waarom je op een bepaalde manier denkt. En soms wil je ze die dingen laten weten, omdat het misschien iets is waar anderen zich in kunnen vinden, hun eigen belevingswereld mee kunnen verrijken.”

Het is vanuit die benadering dat Purdy een Instagram-pagina rondom het album in het leven heeft geroepen: @little_dominiques_nosebleed. Het is een project voor de lange termijn, een kunstzinnige verzameling memorabilia, een museum voor de micro-geschiedenis van Dominique Purdy. “Het loont vooral voor mensen die er echt diep in duiken, voor mensen die de plaat kennen, die er meerdere keren naar geluisterd hebben, die zullen denken: ‘oh, dat is het skateboard waarmee hij die jongen verrot heeft geslagen op die ene track! Oh, en dat is z’n Nintendo, en dat is z’n Contra-spel.’”

Wederom begint Purdy over Star Wars: “It’s a whole world, a never-ending story,” net als het verhaal van Little Dominiques Nosebleed. Het skateboard, de Nintendo, de geplunderde videobanden, de bloedneuzen, de plastic tassen om de voeten van Terry – Purdy laat geen detail onbelicht, omdat hij weet dat het hem allemaal gevormd heeft, omdat het allemaal onderdeel van zijn saga is. “Ik besefte me dat het leven uit zoveel werelden bestaat waarin je hebt geleefd. Een jaar lang, of een paar jaar lang, doe je iets, heb je een bepaalde routine, tot je de boel weer omgooit.” Als Little Dominiques Nosebleed The Koreatown Oddity’s The Empire Strikes Back is, dan is dit misschien wel het beste, meest fundamentele hoofdstuk uit zijn carrière. Tegelijkertijd, beseft ook Purdy, zijn er zoveel details nog onbesproken, zoveel werelden in zijn verleden nog niet verkend, dat een sequel (of een prequel) haast niet uit kan blijven. 

Little Dominiques Nosebleed is te bestellen via de winkel van Stones Throw Records of de Bandcamp-pagina van The Koreatown Oddity.

Gepost door:Ruben van Dijk

Dolgelukkig melancholicus, reislustig thuisblijver. Ruben is mede-oprichter van Front & fervent platen(ver)koper. Gaat ooit een boek over Father John Misty schrijven.