In de alternatieve scene van Brooklyn is Lily Konigsberg een bekend figuur. Als een-derde van punktrio Palberta bracht ze afgelopen maand nog een nieuw album uit, getiteld Palberta5000. Het is slechts een klein onderdeel van het totale oeuvre van deze hyperproductieve producer en muzikant. Konigsberg bracht afgelopen jaar een trio EP’s uit die elk een heerlijk verstrooid middelpunt vormen tussen experiment en hitgevoelige melodie. 

Tekst: Jasper Willems

Zodra ik telefonisch contact heb met Konigsberg laat ze geen moment onbenut om me op te hypen voor haar volgende project. “Ken je de band Water From My Eyes?”, vraagt ze. “Ik ben tegenwoordig veel met Nate (Amos, red.) aan het samenwerken. We nemen momenteel heel veel covers op, dus ik stuur hem vaak een lijst op met nummers die ik graag zing.” En zingen, dat doet ze overigens graag. Meerdere malen tijdens het gesprek begint Konigsberg uit het niets bekende pophits te zingen, simpelweg omdat het goed voelt. Belters, zo noemen ze dat in Amerika. Haar grootste inspiratiebron is Ariana Grande en ze beweert alles – tot in de kleinste, meest onbeduidende feitjes – van haar te weten.

Konigsbergs enthousiasme werkt enorm aanstekelijk. Gezien haar achtergrond als DIY-muzikant die de zweepslagen van de muziekindustrie meerdere malen heeft geïncasseerd, zou je denken dat het cynisme er inmiddels wel is ingeslopen. Al haar projecten hebben echter een gemene deler: ze klinken stuk voor stuk alsof Konigsberg de grootste lol heeft in het maak- en schrijfproces. Haar laatste solo EP It’s Just Like All The Clouds springt argeloos van licht verveelde coming-of-age indie pop tot Arthur Russell-achtige avant-house. Republicans For Bernie, de laatste EP van Lily and Horn Horse – haar project met muzikant Matt Norman – combineert knutselerige PC Music-achtige pop met moderne jazz-arrangementen. Over de politiek getinte titel zegt Konigsberg: “Het klinkt een beetje als een grap, maar tijdens onze tour met Of Montreal – vlak voordat de pandemie insloeg – was Bernie Sanders nog druk op campagne voor de presidentschap. We vroegen om donaties tijdens de shows dus eigenlijk werd Bernie vanzelf het thema van die tour.”

Pophits voor de spiegel

Tegen het einde van het jaar kwam er nóg een release bij in de vorm van LILY/LUCY, een nieuw huiskamer-popproject tussen Konigsberg en producer Cooper B Handy (Lucy).  Bijna alle liedjes op Laugh Now Cry L8r klinken als dikke pophits die zijn blijven hangen in het stadium waarin je nog met een haarborstel in je hand voor de spiegel staat te dartelen. Lucy en Lily laten intussen heel sluw zien hoeveel talent ze hebben als liedjesschrijvers en producers. ‘Spider Song’ klinkt een beetje als een Yaeji-productie, terwijl ‘The Last Banger’ de minimale acidtechno-hoek verkent. Toch behoudt het ook de charme van een stel kids dat gewoon een beetje aanklooit en kijkt wat blijft plakken. Lucy speelt het wat onbeholpen sukkeltje die de moed verzamelt om zijn liefde te verklaren, terwijl Lily in de rol stapt van het meisje dat die arme jongen aan het lijntje houdt. 

In de realiteit is het tegenovergestelde van toepassing. Konigsberg stuitte per ongeluk op het werk van Lucy via Facebook en door de jaren heen werden ze maatjes die met regelmaat elkaars muziek deelden. Tijdens de lockdown was er eindelijk initiatief om samen iets op te nemen. “Cooper is van nature een beetje verlegen, maar ik vond hem meteen een geniale songwriter. Hij kwam langs bij mij thuis en we deden er in totaal twee dagen over om alle nummers te componeren. Bij het inzingen moest een van ons steeds de kamer verlaten. We hebben allebei veel gemeen qua muzieksmaak en werkwijze. We konden de plaat alleen niet promoten, dus we brachten het uit bij een klein label (Good Flavor, red.).”

Impulsief

Konigsbergs impulsieve drang om van project naar project te springen brengt haar soms in moeilijk vaarwater binnen de belangen van de industrie. Dat was ook de reden waarom een leuke plaat als Laugh Now Cry L8r een beetje ondergesneeuwd werd. “Er is veel muziek in mijn leven uitgebracht die niet genoeg publiek trok. Dat is ergens een symptoom van opgroeien in een DIY-circuit: je ontwikkelt een natuurlijke afkeer voor het zakelijke deel van de muziekwereld. Veel van mijn vrienden zijn mensen waar beroemde muzikanten fans van zijn, maar de fans van die beroemde muzikanten hebben geen idee wie wij zijn. Of ze weten wie we zijn en ze kopiëren ineens onze shit. Sommigen worden opgepikt door meer bekende muzikanten om samen te werken en worden dan een paar keer flink genaaid. Het gaat mij dus om het verzamelen van gelijkgestemden die ik kan vertrouwen om alles in goede banen te leiden. Zonder dat gaat het niet gebeuren. Maar… ik wil een popster worden, dus ik zal op een gegeven moment toch een manier moeten bedenken om dit allemaal goed aan te pakken.”

Met zo’n uitspraak zou je Konigsberg bijna naïef noemen, maar daarvoor is het artistieke pad dat ze inmiddels heeft afgelegd te lang.  Ze lijkt oprecht veel zelfvertrouwen in haar eigen kunnen te hebben, positief-tot-aan-het-koppige-toe om te gaan voor het hoogst haalbare. Haar muziek heeft vaak iets kinderlijks; het klinkt al leuk en poppy nog voordat het precies de juiste vorm of structuur aanneemt. Liedjes klokken vaak onder de twee-minutengrens, met minstens één hook die je eigenlijk gelijk weer wilt horen. Met die gedachte in het achterhoofd voelt het logisch dat Konigsberg zichzelf al sinds haar tweede levensjaar als muzikante beschouwt. 

“Ik lieg niet,” zegt ze zonder te lachen. “Mijn vader herinnerde zich een liedje dat ik schreef toen ik in een zwembad in Florida dreef en dat weet ik nog steeds. Het is namelijk op band opgenomen; mijn vader heeft er een kleine bandopname van gemaakt. Kort daarna raakte ik geobsedeerd door muziek. Mijn vader is schilder, mijn moeder grafisch ontwerpster. Ze zijn niet muzikaal ingesteld, ze kunnen niet zingen of een ritme vasthouden. Maar het feit dat ze zo creatief ingesteld waren gaf me de ruimte om muziek te leren. Ik nam drumlessen en gitaarlessen, maar nooit heel erg lang. Ik leerde het minimum van wat ik moest weten.” 

Na het zien van een show van Liz Phair kreeg Konigsberg de bevestiging die ze zocht. “Ik hield van haar muziek toen ik nog te jong was om naar haar platen te luisteren, omdat haar muziek erg dirty is. Liz Phair was in het begin geen natuurlijke artiest; ze is echt onhandig. Dus ik dacht: ik ben helemáál niet ongemakkelijk en onhandig, sterker nog, ik ben redelijk goed op het podium. Terwijl Liz Phair echt heel goed is in wat ze doet. Ik dacht meteen: ik kán dit! Het bevestigde alles voor mij en de week daarop trad ik op met mijn toenmalige band. Dat was beslist vormend.”

Palberta is de eerste band waarmee Konigsberg internationaal furore maakt: sinds 2015 heeft de band al vijf(!) platen uitgebracht. Haar bandleden Nina Ryser en Ani-Ivry Block zijn volgens haar een totaal ander soort muzikanten en bestaat er een speciale chemie tussen de drie. In Palberta vinden ze tóch een vehikel waarin iedereen creatief zijn zin kan doordrijven zonder de ander in de weg te lopen. Tijdens shows wisselen de bandleden meerdere keren van instrument: hoe chaotischer en lolliger het creatieve proces, hoe beter de muziek vaak wordt. Voor Konigsberg draait Palberta meer om het proces en de vriendschap onderling dan het eindresultaat. “Palberta’s muziek, om even heel eerlijk te zijn, is niet het soort muziek dat ik in mijn eentje zou hebben geschreven. We schrijven allemaal samen in dezelfde ruimte. Dat is altijd heel interessant. In Palberta hebben we allemaal dezelfde muzieksmaak, maar ook heel veel verschillende dingen die we leuk vinden op het gebied van geluid. Het wordt vanzelf iets onsamenhangends en ik heb dat aspect ervan gewoon leren omarmen.”

Spelend langs elkaar

Het is moeilijk om niet met grijns op het gelaat te luisteren naar platen waarbij Konigsberg betrokken is geweest. De durf om te schakelen van stijl naar stijl zonder de kern van het liedje op te offeren is een prestatie an sich. Als Konigsberg met een eigen compositie in dialoog kan gaan met een tegenspeler, werkt ze opvallend genoeg graag langs de ander. Dat deed ze met Lucy bij de zangpartijen op Laugh Now Cry L8r, maar ook met Matt Norman, de hoornspeler waarmee ze Lily and Horn Horse oprichtte. 

“Matt en ik ontmoetten elkaar in 2016, en hij speelde destijds hoorn op een paar van mijn eigen liedjes. Ik zat nog op de universiteit. Het werkte heel goed. We gingen samen op een DIY-tour en mensen vonden het erg leuk. Het project lijkt erg op dat met Lucy in de zin dat Matt iets maakt, en dat ik vervolgens reageer met een eigen nummer. We hebben ook samen een paar nummers geschreven, maar dat is zeldzaam. Lily and Horn Horse is een uitwisseling.” ‘Flat Crazy’ klinkt een beetje alsof het voor een SpongeBob Squarepant-aflevering is geschreven, maar de teksten lijken zonder ironie te refereren naar de polarisatie die nu in Amerika gaande is. Op het album Lily on Horn Horse volgt Konigsberg het heerlijk koddige ‘PVC Pipes’ van Norman op met het breekbare pianonummer ‘I Only Lose Because I’m Lame’. 

Konigsberg zegt dat haar teksten vaak melancholisch van aard zijn; daarom wil ze juist een contrast scheppen met haar stoeierige producties. “Veel van mijn teksten zijn extreem donker, maar ik vind het leuk om alles aan te kleden met een mooie melodie.” Net als veel muzikanten tijdens de pandemie mist Konigsberg de voedingsbodem en sociale aspect van het live spelen. Toch ziet ze in deze tijd ook mogelijkheden om haar loopbaan – dat tot dusver is getypeerd door de zucht naar afleiding en avontuur – iets geconcentreerder aan te pakken zodat ze wat meer mensen kan bereiken. “Ik wil mensen blij maken en blijven afleiden voor de rest van hun leven. Ook ik heb in mijn leven last gehad van psychische problemen en depressies. Ik wil dat mensen zich beter voelen als zulke dingen gebeuren. Al is het slechts tijdelijk.”

Palberta’s nieuwe album Palberta5000 is nu uit bij Wharf Cat Records. Volg Lily Konigsberg en Lily and Horn Horse via Bandcamp.

Gepost door:Jasper Willems

Jasper is stukjesschrijver/linkse hobbyist op het gebied van popmuziek, o.a. voor Drowned In Sound en nu ook Front.