Pas sinds een jaar of twee maakt Marien Dorleijn weer meubels. Zijn ontslag bij de meubelmakerij waar hij tien jaar geleden werkte leek een formaliteit. Hij ging op tour met zijn band Moss, dat net een nieuwe plaat uit had, maar aangezien hij door z’n vakantiedagen heen was, zou Dorleijn tijdelijk uit dienst moeten. De rest is, jawel, geschiedenis, want die nieuwe plaat, Never Be Scared / Don’t Be A Hero, ontplofte en voor een groot deel van Moss werd de band een fulltimebaan. De mannen zijn veertigers nu, met rust in het lijf. En als zo’n album dan jubileert, dan mag je best even terugblikken.

Tekst: Ruben van Dijk

Dat terugblikken doet Moss officieel maar één avond, als de band Never Be Scared op 28 september integraal speelt in TivoliVredenburg. En ook die avond had aanvankelijk niet gehoeven van de bandleden. “Het idee kwam vooral vanuit andere mensen,” vertelt gitarist Michiel Stam. “‘Is het niet leuk om daar bij stil te staan?’… Goh ja, moeten we niet gewoon met een nieuwe plaat aan de slag?” “Of we niet een hele tour wilden doen,” aldus zanger Dorleijn. “Nee, dan gaan we er gewoon één doen. Het is toch de plaat die ons geholpen heeft te zijn waar in de jaren daarna naartoe konden gaan.” Of, zoals drummer Finn Kruyning het al vroeg in het gesprek samenvat: “Door die plaat bestaan we nog.”

Gedrieën zijn ze neergeploft op een picknicktafel in Amsterdam Noord, amper een steenworp van het kantoor van hun platenlabel Excelsior. Dorleijn heeft er net het fotomateriaal doorgespit voor de heruitgave van Never Be Scared. Tussen het terugblikken door praten de drie wat bij. Over kampeervakanties, een nieuwe tv, de kinderen. Moss is een band van vaders geworden. Zo vroeg de zevenjarige zoon van Dorleijn laatst hoeveel platen hij had gemaakt. “Toen heb ik ze allemaal uitgelegd en vroeg hij: ‘Gaan we ze allemaal luisteren?’ En dus zijn we ze allemaal gaan luisteren – en dan moet je bij het begin beginnen.”

“Ik weet nog dat ze bij Excelsior zeiden: ‘jongens, het budget is op,’ en dat ze toen de demo’s hoorden en er nooit meer over is gepraat.

Marien Dorleijn

En Moss begon niet met Never Be Scared. “Dat hebben we heel vaak moeten aanhoren: ‘Ja, ik wil graag jullie eerste plaat.’ ‘Je bedoelt The Long Way Back?!’ ‘Oh, hebben jullie nog een plaat?’” En vaak genoeg had in ieder geval Dorleijn ‘m ook het liefst vergeten. Die middag met z’n zoon luisterde hij de plaat nagenoeg voor het eerst in dertien jaar. Hij heeft zich er altijd een beetje voor geschaamd, vertelt hij. Maar: “We hadden The Long Way Back moeten maken, anders was Never Be Scared er nooit gekomen.”

Kruyning: “We hadden zo lang over die plaat gedaan. En wat ook meespeelde: we waren eigenlijk al heel veel aan het spelen daarvoor. En toen kwam die plaat uit en gebeurde er eigenlijk niets.”

Dorleijn: “Dat was wel een beetje een desillusie. Dus je doet een tourtje en dat is het dan? Je gaat niet even lekker één of twee jaar spelen? Toen gingen we maar aan een tweede plaat werken, want Excelsior had gezegd: als de eerste niet goed gaat, dan doe je er toch gewoon nog een. Wat superlief was eigenlijk. Ik weet nog dat Ferry [Roseboom, oprichter van Excelsior, red.] zei: ‘Ah joh, het heeft ons wat geld gekost, maar dat boeken we gewoon af. Jammer dan.’”

Er kwam een tweede kans voor een tweede plaat; of een laatste plaat, zoals de band het zelf zag. “We gaan die plaat maken en dan is het wel goed zo, dachten we.” Het bleken de perfecte omstandigheden, aldus Dorleijn. “We hadden totale vrijheid. We maakten de plaat die we wilden maken en niemand die ons vertelde wat we moesten doen. De moeilijke tweede plaat was de makkelijkste tweede plaat ever.” Aan de vooravond van de opnames voor Never Be Scared was Moss een band die alle kanten op kon, nergens aan gebonden was en tegelijkertijd met al zijn talloze ideeën vooral vooruit wilde – en gauw ook. Dorleijn: “Ik weet nog dat ik Frans [Hagenaars, producer en mede-oprichter van Excelsior, red.] belde en zei: ‘We moeten nú op gaan nemen.’ En hij zei: ‘Ik ben nu met Johan bezig, maar dat kan ik wel even twee weken verzetten. Kom maar’. We hadden de demo’s gestuurd en er was opeens een buzz ontstaan binnen Excelsior. Ik weet nog dat ze zeiden: ‘Jongens, het budget is op,’ en dat ze toen de demo’s hoorden en er nooit meer over is gepraat. Je merkte gewoon dat er intern een buzz was, dat zelfs de ruwe opnames helemaal grijs gedraaid werden op kantoor. Ik kwam op Noorderslag en hoorde iedereen er al over. Toen was de plaat nog niet eens af! Dat had ik toen helemaal niet door, maar achteraf bezien gebeurde het toen al, was er toen al een soort excitement. Als je in zo’n proces bezig bent geeft dat ook wel een goede boost en een hoop zelfvertrouwen.”

Voorafgaand aan een repetitie toverde Dorleijn onlangs de opnames voor Never Be Scared weer in ProTools tevoorschijn. Per kanaal liep hij alles langs: kick, snare, cymbals, gitaar één, gitaar twee, bas, et cetera. “Ik werd er heel enthousiast van, omdat ik hoor dat het in rap tempo is opgenomen. Ik hoor dat het perfectionisme er niet in zit, maar dat het juist rafelig is. Het is heel vrij, de gitaren zijn soms een beetje vals, je voelt m’n stem er ook best een beetje tegenaan schuren. Maar gooi er een bak galm overheen en er is niemand die het hoort.” 

Stam vult aan: “Het is één ding: het heeft gewoon energie. Jullie wilden gewoon. Ik was niet bij de opnamen, want ik zat toen nog niet in de band, maar je hoort gewoon dat jullie met heel veel ideeën zaten – maar niet té veel – en goed voorbereid waren. Dan is het bam, bam, bam en klaar – en niet nog wéér twintig takes willen doen. Ik hoorde toen die plaat en dacht: wat is dit gaaf! Zo kaal en afgemeten. Het is natuurlijk niet alleen maar basgitaar, twee gitaren en drums, maar alle extra dingen die erin zitten vervullen een duidelijke functie. Dat was echt een verschil ten opzichte van The Long Way Back.

“Er was een buzz en toen gingen we touren – en de eerste shows hadden we echt iets van: uh oké, waar is iedereen?”

Marien Dorleijn

Dorleijn: “De plaat is er ook in elf dagen opgeknald. Het was een haastklus, maar we waren heel erg goed voorbereid. We hadden alle demo’s al gemaakt en daarna nog een keer, misschien wel nóg een keer. Toen namen we het mee en zijn we het op gaan nemen. Dat was het. Sommige dingen bleven ook gewoon staan; eigenlijk is ‘I Apologise (Dear Simon)’ een demo, die we in de studio alleen nog hebben opgepoetst door een gitaartje en wat zang erbij te doen.”

De titel van de plaat kwam er via een vriend van toenmalig gitarist Bob Gibson uit de graffitihoek: never be scared, don’t be a hero was een van zijn vaste leuzen. Het sprak tot de angst voor het onbekende die Dorleijn destijds voelde. Een soort “teenage angst” noemt hij het, al was hij toen al lang geen tiener meer. “Volgens mij leefde ik een beetje in een angstige tijd. Ik was best doemdenkerig. Niet depressief, maar… ik was net dertig en nog een beetje aan het uitzoeken wat ik nu wilde met m’n leven.” Shout out all you got, moedigde hij zichzelf aan. Zing hoog, zing hard, gooi al je energie erin. “Ik hoefde ineens minder tekst te gebruiken – zoals op ‘The Comfort’: come out, take care and see / come out, take care and see / you’ll get me going on / you’ll get me going on… De hele tijd maar hetzelfde. Dat ik dacht: hier gaan mensen het nog wel eens over hebben, maar nee.” 

Never Be Scared was een optelsom met bijzonder resultaat. Noem het gerust een van de beste Nederlandse albums van deze eeuw. Het maakte van Moss een Grote Band, die nog geen jaar na de release zijn glorietocht tot een voorlopig hoogtepunt zou brengen in een afgeladen Grolsch-tent op Lowlands. Een krankzinnig jaar, vooral omdat het zich vlak na de release net zo leek te ontvouwen als bij The Long Way Back. “Laten we eerlijk zijn: er was een buzz en toen gingen we touren – en de eerste shows hadden we echt iets van: uh oké, waar is iedereen?,” herinnert Dorleijn zich.

Kruyning: “De release in de Melkweg was heel druk. Uitverkocht zelfs.”

Dorleijn: “En toen speelden we de eerste shows in Den Haag en Rotterdam…”

Stam: “…en daar waren dan letterlijk acht man.”

Dorleijn: “Het ging heel erg geleidelijk.”

Stam: “Ik weet nog dat jullie zeiden: we hebben op de nieuwe plaat wat meer gitaar en toetsen. Wil je niet meedoen? Dan kan Bob wat meer toetsen doen en jij wat gitaar. Gewoon voor een paar showtjes, een halfjaartje ofzo, want zo was het bij de vorige plaat ook. Dit had niemand verwacht.”

Kruyning: “’I Apologise’ kreeg heel langzaam airplay. Hij zat niet in de playlist, maar dj’s gingen ‘m zelf draaien. En dat begonnen we wel te merken bij shows, dat er opeens allemaal mensen stonden waarvan wij dachten: die zitten niet in de Excelsior-maillijst.”

Zo stond Moss, het bandje dat op basis van The Long Way Back geboekt was, opeens met een nieuw, compleet ander album voor uitverkochte zalen. Dat leverde twee problemen op. Kruyning: “Qua boeking liepen we de hele tijd achter de feiten aan. Dan werden we geboekt voor drie maanden later, ging het wel aardig en deden we het voor 500 euro – maar tegen de tijd dat het drie maanden later was, stonden we op belachelijk grote plekken voor 500 euro te spelen. Ik weet ook niet wat we voor Lowlands hebben gekregen, maar dat was ook een belachelijke prijs. Het ging zakelijk allemaal heel onhandig.”

“Mensen die in het liedjesliedjescircuit zitten vinden The Long Way Back een hele mooie plaat, maar dan denk ik: ik wil dat helemaal niet. Ik wil excitement zijn.”

Marien Dorleijn

Punt twee. “Sommigen in de band wilden absoluut niets meer spelen van The Long Way Back.” Dorleijn voorop. “Dus we hadden echt een probleem,” vervolgt Kruyning. “Hoe gaan we dat doen? Met pijn en moeite konden we een uurtje spelen. Op een gegeven moment moesten we er nog twee covers bij prakken.”

Stam: “We begonnen nog wel met twee nummers van The Long Way Back, maar vrij snel stonden ook die er ineens niet meer tussen.”

Kruyning: “Maar wáárom was dat? Waarom was dat zó heftig?”

Dorleijn: “Omdat wij…”

Kruyning: “Nee, niet wij. Ik vraag het aan jou!”

Dorleijn: “Puberteit. Een soort muzikale puberteit. In 2007 kwam The Long Way Back uit, Never Be Scared in 2009. Daar zit twee jaar tussen, maar daarvoor hadden we drie jaar lang aan The Long Way Back gewerkt, dus het was muziek van vijf jaar oud, soms nog wel ouder. Ik was helemaal klaar met die liedjes, had het hélemaal gehad. En Never Be Scared was zo leuk om te spelen. Het was zo fijn, het was zo fris, het was zo anders. Mensen die in het liedjesliedjescircuit zitten vinden The Long Way Back een hele mooie plaat, maar dan denk ik: ik wil dat helemaal niet. Ik wil excitement zijn.”

Kruyning: “Dat is wel waar, dat we Never Be Scared gingen spelen en dat daar een energie in zat die heel goed voelde. En toen moesten we opeens ‘Winter in Finland’ gaan spelen…”

Stam: “Je merkt dat die nummers op The Long Way Back dan opeens klinken…”

Kruyning: “…alsof je moeder op een feestje binnenloopt.”

Stam: “Biertjes weg, sigaretten onder de tafel.”

Vanuit die snelstroom is Moss dus pas recentelijk in rustiger vaarwater belandt. Na Lowlands lonkt het buitenland, speelt de band in 2011 opeens in de VS, komt er een derde plaat, Ornaments (2012), en een vierde, We Both Know the Rest Is Noise (2014), en trekt Dorleijn nog bijna de stekker eruit als kersvers bandlid Koen van der Wardt met zijn zijproject Klangstof zó succesvol wordt dat hij Kruyning en Stam met zich mee dreigt te nemen. Strike, de laatste plaat uit 2017, blijkt een kantelpunt.

Kruyning: “We hebben na Never Be Scared jarenlang elk jaar zeventig, tachtig shows gedaan – en ook al gaat dat niet over 10.000 euro per show, het zijn wel zeventig, tachtig shows per jaar. Dan houdt iedereen er net genoeg aan over om het te kunnen doen, maar dat is gewoon minder geworden. We doen nog steeds te gekke shows en het staat nog steeds vol, maar het zijn er minder. Voor mij en Michiel was dat al eerder zo, maar op een gegeven moment kom je niet meer uit.”

Dorleijn: “Met Strike hebben we een aanbod gehad om de plaat bij een Amerikaans label uit te brengen, maar daar was de vraag al gauw: wanneer komen jullie naar Amerika om drie maanden te touren? Dat doen we dus niet meer. We hebben bijna allemaal kinderen. Het kost geld en we halen er dan niks meer uit. Hoe leg ik dit uit aan m’n vrouw? Het is heel raar, want tien jaar geleden had ik gezegd: Amerikaanse deal? Let’s go!”

Kruyning: “Wat nu belangrijk is: waarom doe je het? Wat vind je er leuk aan? Waar krijg je energie van? Als je dat nu of tien jaar geleden opschrijft, dan zijn dat hele andere lijstjes. Ik denk dat we met het proces naar Strike toe een soort reset hebben gemaakt, zo van: volgens mij moeten we hier echt anders over na gaan denken, want anders is het gewoon niet meer leuk. Daardoor was het opnemen en het spelen met Strike echt te gek en is het, volgens mij voor iedereen, op Never Be Scared na de leukste tour die we ooit gedaan hebben. Ik wilde gewoon de tofste plaat maken die ik nu op dit moment kan maken. Dat is het enige doel. En als iemand dan nog zo gek is om ervoor te betalen, dan is het helemaal top.”

Dorleijn: “Strike is in die zin sterk verwant aan Never Be Scared. Het is allebei een soort ijkpunt geweest. Er was geen druk. We maakten gewoon de tofste plaat die er is, want als die druk er niet meer is kom je tot de mooiste dingen.”

De heruitgave van Never Be Scared / Don’t Be A Hero is nu uit. Op 28 september speelt Moss de plaat integraal in TivoliVredenburg.

Gepost door:Ruben van Dijk

Dolgelukkig melancholicus, reislustig thuisblijver. Ruben is mede-oprichter van Front & fervent platen(ver)koper. Gaat ooit een boek over Father John Misty schrijven.