De lichaamstaal en attitude van een artiest kunnen alle taalbarrières met een luisteraar verbreken. Al zijn Kimbundu of Angolees Portugees niet je moedertalen, bij het zien van Pongo’s video voor Tambulaya begrijp je snel waar dit nummer over gaat. De hoofdrolspeelster in het midden van een kring stijlvol geklede dansende mensen grijpt de microfoon stevig vast en kijkt met zelfverzekerde blik recht in de camera. Dat is ook precies hoe de Angolese Pongo – echte naam Engrácia – zich voelt. Maar daarvoor heeft ze een lange weg moeten afleggen. Tussen de verhuisdozen in haar nieuwe woning in Lissabon vertelt de 26-jarige artieste over haar jeugd, met een gebroken been opgenomen worden bij een danscollectief en haar missie om genres en culturen bij elkaar te brengen.

Tekst: Dave Coenen

“Toen ik vanuit Angola naar Portugal vertrok, was ik acht jaar oud. Ik liet al m’n vrienden, mijn school en mijn familie achter. Een eigen plek vinden in Lissabon was lastig: ik kwam niet goed mee op school, had nog maar weinig vrienden en ik voelde me anders dan de rest van de kinderen. Ik was immers een van de enige Afrikaanse kinderen in de stad (Pontinha, ten noorden van Lissabon, red.) en werd gepest. Ook al hebben de talen en dialecten overeenkomsten, Angola en Portugal zijn op cultureel gebied een wereld van verschil. Dat maakte het soms erg zwaar. Mijn ouders en hun vrienden zaten altijd al diep in de Angolese cultuur; regelmatig waren er bij ons thuis privéfeestjes vol dans en muziek. Ik speelde, zong en verzon eigen woorden met de kinderen daar. In Portugal daarentegen had ik nog geen connectie gevonden met mensen of cultuur, maar de behoefte om deel te nemen en ergens bij te horen was er zeker wel.”

Het jarenlange zoeken naar zingeving in een “nieuw” land zorgt dat Pongo haar toevlucht zoekt in dans en muziek. “Op mijn veertiende was ik vrij roekeloos. Ik probeerde een acrobatische dansmove, verloor mijn evenwicht, en viel enkele verdiepingen naar beneden uit het raam. Ik kwam er gelukkig met botbreuken in mijn been vanaf, maar de blessure was zo zwaar dat ik mijn leven er een tijd lang volledig op moest aanpassen: ik moest naar een andere school en volgde regelmatig fysiotherapie ver van mijn ouderlijk huis.” Het ongeluk zorgt uiteindelijk voor een bijzondere ontmoeting die haar leven zal veranderen.

“Op weg naar mijn fysiotherapeut ontmoette ik in het treinstation van Queluz een muzikaal collectief dat zich bezighoudt met kuduro (een energieke muziekstijl die in de jaren tachtig ontstond in Angola, maar later ook overwaaide naar Portugal, red.). Ze noemen zichzelf The Denon Squad en zingen en dansen in een stijl die dichtbij mijn moederland staat. Zo kwam ik na al die jaren gewoon opnieuw in contact met m’n roots! Het klikte, en The Denon Squad nam me al snel op in de groep om mee te dansen en zingen – ook al liep ik een tijd lang met krukken. Het maakte een groot verschil in mijn levensgeluk: eindelijk vond ik dan mijn plek in Portugal.”

De Os Denon Squad tijdens een optreden in 2010

Naast dansvoorstellingen op straat neemt een deel van The Denon Squad ook muziek op in de ghetto’s van Lissabon. Daar wagen de aspirerende producers, MC’s en vocalisten zich  aan Rihanna-covers en eigen geïmproviseerde tracks. “Op een dag belandden we in onze studio, waar op dat moment een track gemixed werd. Opeens werd ik gevraagd of ik ideeën had voor de zangpartijen in het refrein, want de producer en de oorspronkelijk vocalist kwamen er zelf niet uit. Ik was aanvankelijk te verlegen om zomaar even wat te gaan inzingen, maar m’n vrienden stonden erop dat ik een poging waagde – zo serieus was het immers allemaal niet. Ik raapte al m’n zelfvertrouwen bij elkaar en stapte de studio in. Toen de opname erop zat, bleek dat de producer de track ‘gewoon even’ had opgestuurd naar Buraka Som Sistema, een (inmiddels opgeheven) bevriend collectief uit de wijk Buraca.” 

Twee weken later hangt Buraka, op dat moment op het punt van internationale doorbraak, aan de telefoon bij Pongo. Of ze even wil langskomen. “‘We vinden je stem en je flow echt te gek. En uh… we zoeken nog een nieuwe vocalist. Dat mag jij zijn.’” Vanaf dat moment gaat alles in sneltreinvaart: Pongo duikt onbevangen en onervaren de studio in met Buraka Som Sistema, waar ze de vocalen verzorgt op de uptempo kuduro-track ‘Kalemba (Wegue Wegue)’. Het nummer zal binnen enkele jaren uitgroeien tot de grootste hit van het collectief. “Opeens mocht ik mee op tour met Buraka Som Sistema, waar ik hun hele repertoire mocht zingen. En nu ben ik hier, haha!” 

De video van Wegue Wegue, waarin Pongo ook als live-vocaliste te zien is

Maar sinds die korte carrièreboost is er veel gebeurd. Tussen de release van Buraka Som Sistema’s Black Diamond (2008) en Pongo’s eerste solo-EP Baia (2019) verstrijken elf jaren. Gedurende die tijd probeert Pongo – aanvankelijk als Pongo Love, later zonder het achtervoegsel – tussen optredens met The Denon Squad een solocarrière van de grond te krijgen, maar haar talloze pogingen slagen niet. “Ik was erg jong en naïef toentertijd. Een nieuweling in een harde industrie. Maar ik durfde wel risico’s te nemen. Ik wilde gewoon een schappelijk aandeel in de rechten van de songs en features die ik schreef, en was niet bang om dat uit te spreken. Altijd als ik het gesprek begon over mijn rechten of wanneer die betaling nu eindelijk eens zou binnenkomen, zorgde dat voor conflict, of soms zelfs voor gebroken banden met producers.” Na tien jaar vallen en opstaan vindt Pongo eindelijk een goed team om haar heen om er op volle kracht ervoor te gaan. 

Het resultaat van het juiste team en het harde werk is Baia, een zestal melodisch rijke, doordringende en vooral dansbare songs op het raakvlak van kuduro, dancehall, pop en EDM. Werkelijk geen enkele kans blijft onbenut om duidelijk te maken dat Pongo vol energie, zelfvertrouwen en met volledige controle achter haar nieuwe werk staat. “Baia betekent zoiets als ‘let op’, ik heb iets te vertellen. Het is een term die we vaak gebruiken in Angolees Portugees, bijvoorbeeld voor een straatperformance met de Squad. Als je wil dat die rumoerige mensenmassa oplet, zeg je ‘baia’.”

De videoclip voor Baia

Baia is nog maar amper uit, of nieuwe muziek wordt alweer op wereld losgelaten. ‘Quem Manda No Mic’ is de autobiografische, muzikale belichaming van een artieste die lang zoekende is geweest naar een eigen plek, stem en podium, maar nu helemaal in haar eigen kracht staat – net als groot voorbeeld Erykah Badu, niet toevallig in de track genamedropt. De opzwepende track met house-piano, lage dancehall-bassen en traditionele Afrikaanse ritmes stelt de vraag ‘wie is de baas achter de mic?’. Alsof daar nog twijfel over bestond. Pongo pakt de microfoon, neemt haar moment en spreekt volledig in controle: zij is de baas.

En met die creatieve piek en volledige focus blijft Pongo maar leveren. In februari 2020 volgt een nieuwe EP, waarop andere facetten binnen het grensvlak van EDM en kuduro worden verkend. Zo belicht aankomende single ‘Canto’ Pongo’s voorliefde voor Latin en worden bekendere producers uitgenodigd. Ook haar live-show krijgt een grote update – allemaal om het hoogste doel te volbrengen. “Mijn missie is om mijn cultuur met die van anderen te vermengen. Alles samenbrengen, het bevrijden van hokjes – van genres, tot mensen, tot culturen – is wat ik wil met mijn muziek.” Pongo heeft haar geluid gevonden en zich volledig vastgebeten op haar missie. Nu zal ze ook niet meer loslaten.

Dit artikel is het eerste in een reeks artikelen in samenwerking met het Footprints festival. Pongo speelt op zaterdag 8 februari op dit festival in TivoliVredenburg, Utrecht. Voor meer informatie, klik hier. Ook staat Pongo vrijdag 17 januari op Eurosonic. 

Gepost door:Dave Coenen

Liefhebber van alles tussen hiphop en breakbeat. Heeft een oneindige opslagcapaciteit voor nutteloze muziektrivia. Redacteur/promotor bij EKKO, freelance schrijver voor o.a. Grasnapolsky en BIRD, DJ met jazzy twists.