Vijftien jaar geleden, in de nazomer van 2005, begint het avontuur voor VERA-vrijwilligers Niek Hofstetter en Koen Ter Heegde. Platenlabel Subroutine Records ziet het levenslicht met een EP van mede-Groninger en bevriend muzikant AWKWARD i. Inmiddels is het label een onmisbaar onderdeel geworden van het Nederlands alternatieve muzieklandschap. En dat terwijl beide heren er al die tijd geen cent aan hebben verdiend. “Maar ja, anders waren we gaan voetballen.”

Tekst: Ruben van Dijk
Foto’s: Félice Hofhuizen

Dat de bands op Subroutine Records inmiddels uitgebreid aandacht krijgen van de Volkskrant, op Noorderslag mogen spelen, in zalen als EKKO en Rotown; dat er waardering is voor het merk Subroutine – Niek Hofstetter en Koen Ter Heegde hebben het altijd “te laat” gevonden. “Wij waren heel erg vol van de bands waarmee we werkten, maar hoe het systeem op dat moment in elkaar zat, daar paste Subroutine op dat moment niet tussen.”

Stoïcijns maar bevlogen houden de twee zich nu al vijftien jaar bezig met het label dat nog altijd groeiende is en ook vanuit het buitenland steeds meer oren op zich heeft gericht. Zonder noemenswaardige bedragen om dingen af te dwingen, kon een jonge band als The Homesick met behulp van Hofstetter en Ter Heegde een internationaal succes worden. Na een bejubeld album bij Subroutine, Youth Hunt (2017), maakte het drietal uit Dokkum voor hun tweede plaat de overstap naar het prestigieuze, Amerikaanse Sub Pop. Het is misschien wel het meest bijzondere voorbeeld van wat het tweemanslabel voor elkaar kan boksen, maar Subroutine kent nog zo veel meer mooie verhalen.

Een Groningse onderneming is Subroutine inmiddels niet meer. Hofstetter woont en werkt in Amsterdam, Ter Heegde in Rotterdam. Aldaar spreken we de twee over vijftien jaar Subroutine.

Niek Hofstetter (links) en Koen ter Heegde.

Laten we in het nu beginnen. Het is een raar jaar, maar jullie hebben al een paar mooie releases gehad, Global Charming doet het heel goed; begin dit jaar maakte The Homesick, mede dankzij jullie jarenlange inzet, zijn debuut bij Sub Pop. Hoe gaat het anno 2020 met Subroutine?
Niek Hofstetter: “Je zegt het al: het jaar begon op een hoog niveau en we wilden dat niveau kunnen doorzetten. We wilden er een gigantisch mooi jaar van maken. Dit jaar was niet alleen ons vijftienjarig jubileum, maar we hadden ook onze honderdste release én we hadden de vijftigste band aangetikt waarmee we hebben samengewerkt.”

Koen ter Heegde: “We begonnen het jaar in de eerste week met The Sweet Release of Death op het Rockaway Beach-festival in de UK. Ze hadden net hun release (derde album This Blissful Joy of Living, red.) achter de rug, ze hadden Le Guess Who? gedaan en een hele mooie Europese tour, maar met name zo’n Rockaway Beach – een gigantische bingohal aan de zuidkust waar ze voor zo’n 800 man stonden, op dezelfde dag als The Jesus and Mary Chain – dat was echt heel bijzonder om mee te maken.”

Hofstetter: “Er stond een gigantische rij voor de merchtafel en het hele weekend nog kwamen er mensen naar de band toe: ‘Jullie waren te gek!’ Dan weet je: oké, we zijn weer een treetje hoger, ook de Britten vinden het te gek. Want die zijn, als het om muziek gaat, vrij nationalistisch. Dat was wel een klasse start van het jaar.”

“We zijn, vergeleken met vijf jaar geleden, internationaler gaan opereren en hebben heel erg getracht om bands over de grenzen een stap verder te kunnen helpen.”

Koen ter Heegde

Met een zinderend optreden op Noorderslag een week later leek de doorbraak van The Sweet Release of Death in binnen- en buitenland officieel een feit. Ze hadden een moeilijke periode en een bijna-breakup achter de rug, waren na bijna tien jaar op de top van hun kunnen en klaar voor de wereld. Maar door de bomvolle zomer van de band ging – natuurlijk – een streep; een tegenslag van jewelste. 

The Sweet Release of Death heeft echter al eerder bewezen een band van de lange adem te zijn, zoals ook zijn thuisbasis Subroutine de afgelopen vijftien jaar langzaam maar zeker stug is blijven doorgroeien.

Ter Heegde: “We zijn, vergeleken met vijf jaar geleden, internationaler gaan opereren. We hebben met Subroutine heel erg getracht om bands over de grenzen een stap verder te kunnen helpen. En ik denk dat voor The Sweet Release – maar ook voor The Homesick, want dat zijn vergelijkbare verhalen – heel veel nieuwe deuren zijn geopend, waarna die bands ook in Nederland serieuzer genomen werden.”

“Je groeit samen, dat hebben we ook met The Homesick zo gedaan. Met The Homesick was het boek echt afgerond, waardoor we ook zélf het persbericht konden sturen dat de band naar Sub Pop ging. Dat is voor ons ook heel bijzonder, om een band vanaf het prille begin – ik was bij hun derde optreden, hun vierde heb ik al geregeld – mee te maken.”

De favoriete Subroutine-release van… Jaap van der Velde (The Homesick, Korfbal): Rats on Rafts – Tape Hiss (2016, SR066)

Tape Hiss is mijn favoriete plaat die op Subroutine uitkwam. De muziek van Rats on Rafts vind ik uniek omdat de liedjes aan de ene kant simpel lijken (veel herhaling, simpele motiefjes) maar tegelijkertijd het kleinste geluid of dynamische verschil altijd op het perfecte moment uitgevoerd lijkt te worden. Rats on Rafts was (en is nog steeds) ook een van de enige Nederlandse gitaarbands die iets deden wat zo eigen was. Los daarvan speelden we met The Homesick ook vaak met Rats en daar heb ik goede herinneringen aan.”

Het groeiend succes van Subroutine is dus onlosmakelijk verbonden met het succes van bands als The Homesick, The Sweet Release of Death, en het algeheel welzijn van de Nederlandse scene. En die scene is, als je het aan Hofstetter en Ter Heegde vraagt, de afgelopen jaren alleen maar gezonder en levendiger geworden.

Ter Heegde: “De belangrijkste wijziging, en de reden dat The Homesick (vanaf 2014, red.) zo’n kickstart kon maken, vond een paar jaar eerder plaats – rond 2011, 2012, toen we voor het eerst met de band WOLVON gingen werken. De jongens van WOLVON, Ruben en Ike, waren (concertorganisatie, red.) Lepel Concerts begonnen. Dat was eigenlijk het moment dat we als label veel actiever begonnen te worden in de livedimensie van de releases waar we mee bezig waren. Daarvoor speelden veel bands al regelmatig hun shows, maar we begonnen steeds meer te beseffen dat we dat zelf ook proactief in de hand konden houden. De netwerken die toen zijn ontstaan, omdat we voor het eerst een doorbraak maakten naar het livecircuit – ik denk dat dat een onderschat gegeven is. Daarvoor was het ook voor alternatievere Nederlandse bands gewoon best lastig om de stap te maken naar de kleine zaal van bijvoorbeeld Tivoli Oudegracht, omdat zo’n bandje de kansen niet kreeg. Wat dat betreft hangt de vlag er nu wel echt anders bij in Nederland, krijgen bands ook in een EKKO, een Patronaat of een Rotown meer kansen. En op het moment dat die bands live spelen, ontstaat er ook een community in die steden van mensen die graag naar showtjes gaan, die betrokken zijn bij die bands. Als een band dan uiteindelijk naar een groter platform gaan, dan gaan ook die mensen mee en laat je de hele scene langzaam groeien.”

Hofstetter: “In aanvulling daarop: bij WOLVON gebeurde wat op het podium, daarvoor wilde je naar de show komen. Je zag dat steeds meer mensen geïnspireerd werden. Toen kwam The Homesick en daar werden ook heel veel mensen door geïnspireerd. Dat waren gewoon achttienjarige jochies die op het podium gingen staan alsof ze al dertig jaar op het podium stonden. Die hadden alles onder controle. Wij komen uit een veel eerdere periode en dan zag je bands altijd schoorvoetend het podium opkomen: die speelden hun nummers en wilden het liefst weer van het podium af. Dat was een hele angstige manier van spelen. De hele groep rondom The Homesick had branie, iets wat heel veel Nederlandse bandjes daarna ook hebben opgepikt. Als je nu een Nederlands bandje op het podium ziet staan moet je goed kijken of je een Hollandse kop ziet, want het kan ook zomaar een Britse of een Amerikaanse band zijn.”

De favoriete Subroutine-release van… Ike de Zeeuw (WOLVON): Space Siren – Double 7″ (2010, SR021), Space Siren – Songs for a Dead Pilot (2015, SR063), Homemade Empire – Defenestration (2012, SR042)

“Een extreem moeilijke vraag, want er zitten zoveel van mijn favoriete platen bij. Maar momenteel draai ik de Double 7″ -EP van Space Siren weer heel veel. Geweldig gelaagde noiserock die toch extreem dans- en breekbaar blijft. Popmuziek zoals het hoort te zijn. En Corno’s gitaarsounds zijn subliem. 

Space Siren zal altijd een speciale plek voor me houden en dat we een bijdrage mochten leveren aan Songs for a Dead Pilot, hun laatste release, is een van de dingen waar ik denk ik het meest trots op ben. 

En een honourable mention voor Homemade Empire, omdat ik die, denk ik, van alle Subroutine releases het vaakst gedraaid heb en Bart (de Kroon, red.) met kop en schouders de beste singer-songwriter van Nederland is.”

Waar zit die verandering ‘m in, dat het live meer is gaan leven?
Ter Heegde: “Ik denk dat het een kwestie is van gegroeid zelfvertrouwen en onderlinge betrokkenheid bij elkaars optredens. Bij zo’n microscene als Lepel, waar de bands ook eigenlijk voor elkáár spelen, heb je veel meer onderlinge kritiek. Bands zijn meer over de grenzen gaan kijken, krijgen daar ook waardering. En ja, van veel spelen – dat is natuurlijk de gouden wet – word je gewoon beter, zeker als dat op een kleinschalige manier gebeurt, waardoor je echt in contact staat met je publiek en community.”

Iemand die een enorme stempel heeft gedrukt – op de Subroutine-stal en de scene in het algemeen – en wiens invloed nog altijd zichtbaar is, is de in 2014 overleden Corno Zwetsloot, frontman van Space Siren en oprichter van studio Next To Jaap (inmiddels Katzwijm genaamd) in Voorhout. Zowel The Sweet Release of Death als WOLVON namen platen op met Zwetsloot, evenals labelgenoten The Avonden, ZEA en New YX.

Hofstetter: “Het mooie van Corno was dat hij niet op z’n mondje gevallen was. Als hij iets niet goed vond, zei hij het ook heel duidelijk – en dan ook écht heel duidelijk. Dat je denkt: au, dit doet pijn, Corno. En dan ging hij nog even door. Hij heeft ook behoorlijke kritiek geleverd op hoe wij bezig waren. Vaak bedoelde hij dat opbouwend.”

In welke zin?
Hofstetter: “Hij leerde ons om stevig na te denken over wat we met het label zouden willen. Als we met een band werkten waarbij wij elke keer het voortouw moesten nemen, omdat wij dachten dat dat heel normaal was, dat het de taak van een label was, dan zei hij: als de band er niet alles voor over heeft, gaat het ’t nooit worden. En als wij de handen er vanaf trokken, viel zo’n band dan inderdaad uit elkaar. Hij had veel bands al in de studio meegemaakt en tipte ons tijdig welke bands we sowieso niet moesten doen.”

“Space Siren was echt een voorbeeldband. Ze gaven alles voor de muziek; alles eromheen was bijzaak. Die pure manier van werken heeft heel veel bands in die periode geïnspireerd. WOLVON heeft dat bijvoorbeeld; Marc van der Holst (van The Avonden, red.), The Sweet Release of Death, HOWRAH, die hebben allemaal een Corno-verleden en dat zijn allemaal dezelfde soort mensen. Die willen gewoon de gaafste dingen maken en nemen met minder nauwelijks genoegen. Die manier van denken, dat werkt bij ons heel goed.”

Marc van der Holst van The Avonden droeg het slotnummer van Wat een cirkel is (2016) op aan Corno Zwetsloot:

Ter Heegde: “Corno was echt een aanjager, een constante vorm van kritiek, maar ook iemand die heel erg bezig was met een autarkisch idee van het bandzijn. Dat je je eigen shit regelt, dat je je eigen bus hebt, dat je weet hoe alles werkt, dat je gewoon kláár bent, dat je gewoon zorgt dat alles klopt als je op het podium staat, dat alles in je voordeel werkt. Ik denk dat dat serieus een verschil heeft gemaakt over de jaren heen. Ik denk absoluut dat bands qua spullen anders op het podium staan dan een aantal jaar geleden – en dat is echt de erfenis van Corno.” 

Een band als Global Charming, dat dit jaar bij Subroutine debuteerde, wil dat touren in het buitenland, die internationale airplay echt. Hoe belangrijk is dat voor jullie? Is het ook oké als een band gewoon een mooi album wil maken?
Hofstetter: “Wij gaan meestal een samenwerking aan waar we ongeveer aftasten wat de wensen zijn, zowel van de band als van ons. Op het moment dat een band zegt: we willen het hoogst haalbare, maar je merkt aan ze dat ze het niet in zich hebben om dingen speciaal voor de muziek af te zeggen, een belangrijke show niet doen omdat een moeder jarig is, of wat dan ook, dan doen wij ook een stap terug. The Homesick kon altijd en wilde altijd spelen. Korfbal had dat ook. WOLVON had dat. Space Siren wilde ook altijd spelen. En Global Charming, dat is ook zo’n band: ‘geef ons een datum en we staan er’. Dat werkt gewoon ontzettend inspirerend en motiverend. Bij Global Charming zitten ook twee kunstenaars in de band, die willen het artwork perfect hebben, de video’s perfect hebben, het geluid perfect hebben. Alles moet kloppen en dat zorgt er ook voor dat wij een tandje moeten bijschakelen.”

Ter Heegde: “Tegelijkertijd sluiten we bands niet uit die minder kunnen, maar dan ga je een andere samenwerking aan. Dan investeer je misschien wat minder vanuit de Subroutine-spaarpot, omdat je dan ook weet: als een band niet live speelt, verkoop je dus live ook geen releases. Maar we hebben, zeker de afgelopen vijf jaar, genoeg releases gedaan die op zo’n manier toch het licht hebben gezien.”

Hofstetter: “Je hebt hier in Rotterdam Joep van Lieshout (beeldend kunstenaar, red.). Hij maakt heel veel vrij werk én hij maakt werk dat echt verkoopt. En omdat hij dingen verkoopt kan hij een hele club kunstenaars in z’n werkplaats aan het werk houden om dingen te maken die gaaf zijn. Zo proberen we het ook een beetje te doen met bands. We brengen een band uit omdat we de muziek tof vinden. We gaan een samenwerking aan op het niveau zoals de band dat het liefst wil hebben, maar we moeten wel reëel blijven.”

De favoriete Subroutine-release van… Alicia Breton Ferrer (The Sweet Release of Death, Neighbours Burning Neighbours): Space Siren – Songs for a Dead Pilot (2015, SR063)

Songs for a Dead Pilot: twee van de mooiste nummers van Space Siren – de laatsten die ze maakten, als afscheid – en de mooiste covers van Space Siren door Zea en Wolvon als ode. De releasetour van deze plaat na de dood van Corno was een soort rondtrekkende wake van de indie scene, door het land. Deze release was een anker in de tijd en geeft voor mij aan wat muziek in mijn leven maar ook in deze scene betekent. Het gaat niet om succes of kapitaal, maar om gemeenschap en een manier van leven; samen leven door en voor de muziek, het maken en het vieren ervan.”

Succes en een lange levensloop is dus niet voor iedere band weggelegd. Des te bijzonder is het dat Hofstetter en Ter Heegde zich al vijftien jaar lang, zeven dagen per week bezighouden met wat nog altijd een “fulltime hobby” is. Waar veel muzikanten en veel labels na verloop van tijd de keuze maken iets te doen dat financieel aantrekkelijker is, is het bij Subroutine “altijd over muziek gegaan en niet om wat we ermee konden verdienen.”

Hofstetter: “Wij hebben niet dezelfde smaak, maar we hebben wel een overlap in smaak. En ik ben nogal een purist in die dingen: als ik de muziek niet trek, waarom zou ik er dan achter gaan staan? Als wij een overlap hebben kunnen we er samen achter staan en kunnen we het ook allebei uitdragen. We moeten het samen kunnen doen. En zolang we voelen dat we samen enthousiast zijn, dan kost het geen moeite en is het leuk om te doen. Tuurlijk zit je wel eens teleurgesteld achter je computer of in meetings, dat je denkt: dit had ik me toch anders voorgesteld. Maar de motor is er altijd geweest.”

Ter Heegde: “Ik ben zelf meer shows gaan boeken, waardoor ik nu in de periferie van wat we met Subroutine doen wel wat geld verdien, maar Subroutine zelf is een non-profit, altijd geweest. Het is een soort coöperatie waar geld binnenkomt op de hardlopers en de wat mindere sprinters daarmee mogelijk worden gemaakt. Dat is een uitgangspunt wat we aan elke band altijd hebben voorgelegd en waar iedereen ook mee akkoord gaat. Het is niet zo dat je een plaat uitbrengt bij Subroutine om heel veel geld te gaan verdienen, maar je probeert dingen mogelijk te maken. En mensen zijn ook verantwoordelijk voor elkaar daarin. Dat is heel belangrijk.”

Hofstetter: “Uiteindelijk is het uitgangspunt gewoon dat we dit kunnen blijven doen en dat elke nieuwe band die in de spotlight komt, positief is voor de andere bands die daaraan vooraf zijn gegaan. Ik denk ook echt dat dat zo werkt, dat er een associatie gemaakt wordt met andere Subroutine-bands.”

Ter Heegde: “Ze maken elkaar sterker.”

Jullie zijn niet bang dat als één band het beter doet, andere bands dan ondersneeuwen?
Ter Heegde: “Nee, helemaal niet.”

Hofstetter: “Elke keer verbazen we ons er weer over hoe vitaal de Nederlandse scene is. Op het moment dat een sterspeler vertrekt – Rats (on Rafts, red.), The Homesick als mooiste voorbeeld, maar ook een Nouveau Vélo – komt er elke keer weer een nieuwe band aan de boom die dat gat eigenlijk weer opvult en zorgt dat we weer een tree hoger komen.”

Ter Heegde: “Ik was afgelopen december in Kosovo bij een oude vriend op bezoek, die ik eigenlijk elk jaar zie, en hij vroeg me: hoe is het eigenlijk afgelopen met die ene band? ‘Welke band bedoel je?’ ‘Ja, die ene. Die gingen toen zo hard en daar waren jullie zo trots op!’ En hij bedoelde Vox Von Braun, maar het is ondertussen al acht jaar geleden dat die band hun laatste plaat uitbracht. Maar dat was inderdaad toen zo’n band die een stap maakte, die naar De Wereld Draait Door mocht, die gerecenseerd werd in de Volkskrant en tijdens het Noorderslag-weekend speelde. Dat was op dat moment de band waar we mee ‘scoorden’, maar ondertussen zijn er na Vox Von Braun heel veel van dat soort bands geweest die op dat moment even aan de bal zijn.”

Als ik dan even een pessimistische blik hierop mag werpen. Er is altijd wel een band waarmee iets gebeurt. Jullie bestaan nu vijftien jaar. Dat is langer dan vrijwel alle bands die ooit onderdeel van jullie label zijn geweest. Is het niet ook frustrerend dat bands in Nederland vaak maar zo kort bestaan?
Hofstetter: “Mauro Pawlowski zei al: je kunt als band maar twee goede platen maken en dan moet je gewoon stoppen. En ik ben het er niet altijd mee eens, maar er zit voor veel bands een behoorlijke kern van waarheid in. Sommige bands hebben hun verhaal gewoon verteld en kunnen niet verder.”

Ter Heegde: “Het is niet elke band gegeven om net als The Ex zoveel nieuwe levens te hebben en jezelf elke keer opnieuw uit te kunnen vinden. Op het moment dat er andere dingen in je leven belangrijker worden omdat je toch gewoon je huur moet betalen, of je start een gezin, dan zijn dat harde keuzes die gemaakt moeten worden. Daar heb ik ook geen moeite mee.”

“Wat ik misschien wel het mooiste voorbeeld vind van een band die al speelde voordat wij met het label waren begonnen is The Fire Harvest, die eigenlijk bestaat uit allemaal veteranen die vroeger allemaal zelf actief waren met twee of drie verschillende labels, en nu gewoon als een soort vriendenclub muziek maken. Eén keer in de zoveel jaar maken ze een plaat, doen daar in Nederland een paar shows mee en hopelijk nog een mooi tourtje door België of Duitsland. Maar daarna roept het werk en het gezin ook weer en dat is helemaal oké. Dat is een band die op hun manier hun eigen tempo is gaan bepalen, die het klappen van de zweep kent en daar ook niet cynisch over is geworden. Het zijn gewoon mensen die samen mooie dingen willen maken. Een band is niet een mythisch wezen.”

De favoriete Subroutine-release van… Marc van der Holst (The Avonden): Steve French – Lightning Tiger Running (2019, SR093)

“Ik had Steve French al een paar keer zien spelen. Tien keer hetzelfde liedje (dat in de jaren ’90 ook al gespeeld werd); op het woord ‘eucalyptus’ na onverstaanbare zang; wéér Willem Smit in een bandje… Geweldig, kortom, maar ik vergat elke keer hun plaat Lightning Tiger Running te kopen. Tot ik me een paar weken geleden zat te vervelen in de Katzwijm Studio (waar de plaat ook is opgenomen) en zag dat er in de shop nog maar één exemplaar te koop was. Ineke krijgt nog zoveel geld van me, die twaalf euro kon er ook nog wel bij. En wat een prachtplaat blijkt het te zijn. Ze spelen alleen maar de allerbeste stukjes van dat liedje uit de jaren ’90, met een plezier dat in de jaren ’90 niet eens bestond, of ieder geval in Nederland niet. Ik denk ook niet dat ik in Nederland ooit iemand zo mooi vals heb horen zingen, met op plaat prima verstaanbare, onnavolgbare teksten van iemand die net iets te veel heeft zitten blowen, of net iets te weinig, of precies genoeg. ‘You … eucalyptus.’ Misschien toch nog een haaltje?”

Hoe komt het dan dat, waar bands steeds nieuwe vormen aannemen en stoppen, Subroutine zo constant gebleven is?
Ter Heegde: “Ik denk dat dat, vanuit mezelf sprekend, ook wel te maken heeft met de onverstoorbare natuur van Niek. Ik ben wat impulsiever en als ik alle beslissingen had genomen, dan waren we na vijf jaar al out of money geweest. We vullen elkaar daarin goed aan.”

Hofstetter: “De platen die we uitbrengen, moeten iets tijdloos hebben. Ik betrap mezelf er steeds vaker op dat ik het grootste gedeelte van de platen die we uitbrengen heel vaak op repeat heb staan. We krijgen die demo’s al in een vrij vroeg stadium. Dan wordt het gemixt en gemastered. En op het moment dat de release daar is – en daar zit vaak maanden, zo niet een halfjaar of een jaar tussen – ben ik nog steeds niet uitgeluisterd. Het is eigenlijk een beetje zoals ik vroeger in m’n krantenwijkje muziek beleefde. Je doet iets in je Walkman en als je anderhalf uur moest krantenlopen, had je gewoon de hele tijd hetzelfde bandje. Die platen ging je helemaal doorgronden, je ging ze absorberen – en dat heb ik nu eigenlijk ook met onze bands.”

Vanzelfsprekend liggen alle plannen dit jaar ook voor Subroutine op zijn gat. Geen Europese tour voor The Sweet Release Death, geen festivalbuzz voor Global Charming. Tegelijkertijd weten Hofstetter en Ter Heegde zich, ook nu de omstandigheden tegen ze werken, een weg te vinden, zoals dat misschien altijd wel voor Subroutine het geval geweest is. De release van het vierde album van de Amsterdamse band Apneu, Silvester, begin september werd een onverwacht succes; daar waar de kleine zalen noodgedwongen gesloten blijven en de grote artiesten thuisblijven, kon de band opeens een nagenoeg uitverkochte show in de grote zaal van Paradiso spelen. Ook de verjaardag van het label kon toch gevierd worden: weliswaar zonder bar, met dertig man in de grote zaal van het Patronaat en twee bands die op laatste moment met coronaklachten moesten afzeggen. Maar gevierd werd het. En nu wendt de blik zich weer vooruit, zoals dat al vijftien jaar gaat.

Later dit jaar verschijnen op Subroutine nog albums van Price en Slow Worries; het album Nachtschade (2016) van The Avonden verschijnt voor het eerst op LP.

Onder meer Subroutine en The Sweet Release of Death spelen een belangrijke rol in Rotterdam Goddamn: an outsider’s testimony, het boek van Jasper Willems dat 18 december verschijnt en door Front wordt uitgebracht. Rotterdam Goddamn is hier te bestellen.

Gepost door:Ruben van Dijk

Dolgelukkig melancholicus, reislustig thuisblijver. Ruben is mede-oprichter van Front & fervent platen(ver)koper. Gaat ooit een boek over Father John Misty schrijven.