Onder de naam For Those I Love debuteert de Ierse producer David Balfe met een bijzonder intieme ode aan de boezemvriend die drie jaar geleden een einde aan zijn leven maakte. Op het album – dat klinkt als het verloop van een illegale rave – gebruikt hij voicemails en samples uit zijn persoonlijke archief om zijn kijk op mentale gezondheid, economische ongelijkheid en platonische liefde te delen met iedereen die horen wil.

‘I Have a Love’ is ongeveer drie-en-een-halve minuut bezig als David Balfe een brug in de albumopener benut om uit te zoomen en de ontstaansgeschiedenis van het nummer te duiden. ‘A year ago or so I played this song for you on the car stereo in the night’s breeze’, praatzingt hij met dik Iers accent. ‘This bit kicked in with its synths and its keys, and you smiled as you sat next to me.’ Jij zat voorin, vertelt Balfe, Gilly achterin. We reden honderdveertig. ‘The other boys stomping feet, and me in utter disbelief at the joy from the break in the beats.’

De anekdote vat samen hoe het grootste deel van de producties op For Those I Love tot stand kwam. Na een sterfgeval in zijn familie erft Balfe een kleine Renault Clio. De auto wordt een symbool voor onafhankelijkheid en volwassenheid. Samen met zijn vriendengroep maakt hij er gretig gebruik van: tot diep in de nacht rijdt de bende rondjes in Coolock, een working class voorstad ten noorden van Dublin, met de danceprogramma’s van de Ierse zender Raidió Na Life op de speakers. Later draait Balfe vooral cd’tjes die hij zelf heeft gebrand. Tussen tracks van Omar Souleyman (met name ‘Leh Jani’ is een favoriet) en DJ Rashad stopt hij soms stiekem een van zijn eigen probeersels. Als zijn vrienden er positief op reageren of klagen dat ze de track niet kunnen vinden op Shazam, weet Balfe dat hij iets op het spoor is.

Een van die vrienden is de you waar Balfe over praat in ‘I Have a Love’: Paul Curran, die aan het eind van het nummer bij naam wordt genoemd. Het tweetal raakt bevriend in de eerste klas als Balfe ziet dat Curran een badge van At The Drive-In op zijn rugzak heeft, een van de bands die zijn coole oom hem aangeraden heeft. Keer op keer kijken Balfe en Curran naar de beruchte show van At The Drive-In bij Later… With Jools Holland in 2000, toen de Texaanse band Robbie Williams in totale verbijstering achterliet. Vanaf dat moment ziet het duo een optreden in Hollands show als het hoogst haalbare.

Curran ontwikkelt zich tot een veelbelovend dichter en filmmaker, maar hij blijft ook altijd muzikant. Balfe en hij zitten door de jaren heen samen in hardcorebands Plagues, The Branch Becomes en Burnt Out. Het tweetal is onafscheidelijk en werkt zo’n beetje onophoudelijk aan allerlei projecten in het schuurtje van Balfe’s moeder. Als er een videoclip gemaakt moet worden, neemt Balfe zelf de camera ter hand. En als er dan rookbommen nodig zijn, knutselen Balfe en Curran die zelf met aluminiumfolie en pingpongballen. De aanpak is houtje-touwtje, maar Burnt Out geldt rond 2016 als een unieke kracht binnen de lokale muziekscene, een voorloper van de Ierse gitaarbands die momenteel furore maken.

In februari 2018 komt er een eind aan de band als Paul Curran op 27-jarige leeftijd zijn eigen leven neemt.

Currans dood gaat als een schokgolf door de Ierse underground. Al in 2019 draagt de dan doorbrekende postpunkband The Murder Capital zijn debuut When I Have Fears aan Curran op. De plaat is vernoemd naar een gedicht van John Keats, dat Curran tot zijn favorieten rekende.  Hoewel (de gedachte aan) de dood sowieso welig tiert op het album van het vijftal, is vooral het hartverscheurende ‘On Twisted Ground’ een directe verwijzing naar de tragedie die zich in Coolock af heeft gespeeld. ‘Oh, my dearest friend’, zingt frontman James McGovern, ‘how it came to this. With your searing end, into the abyss.’

In het schuurtje van zijn moeder gaat David Balfe in de loop van 2018 aan de slag met de demo’s die hij in de auto aan zijn vrienden heeft laten horen, maar nooit heeft afgemaakt. Het verdriet om de dood van zijn vriend sijpelt door in alles dat hij maakt, maar verlamt hem niet: binnen de kortste keren heeft Balfe meer dan zeventig nummers gemaakt. Na een periode waarin hij zijn uitweg in drankmisbruik heeft gezocht, helpt de muziek hem om te rouwen. ‘Stories to tell never breed sadness. They treat it’, zingt hij in ‘The Shape Of You’, een van de negen tracks die uiteindelijk op For Those I Love belandde. ‘And if you can grasp it, own it, deal with it, you can heal with it.’

Op For Those I Love doorloopt Balfe verschillende stadia van rouw, zowel muzikaal als tekstueel. De plaat is een genuanceerd document waarin Balfe veelvuldig terugkijkt, maar niet in het verleden verdrinkt. Het hart ligt op zijn tong, maar zoetsappig wordt hij niet. De hardcore van Burnt Out & co. is verdwenen, al kent Balfe’s solomuziek bij vlagen eenzelfde gedrevenheid. Balfe neemt enige afstand van de muziek die Curran en hij samen maakte, maar laat zich inspireren door het type elektronische producties dat ook behoort tot hun gezamenlijke verleden. Zijn nummers – in de hoek van Jamie xx, Burial en Mount Kimbie – zijn soms melancholisch, dan weer extatisch of juist aardedonker. Het ene moment bevindt Balfe zich vol adrenaline op de drempel van de warehouse rave die Balfe in ‘I Have a Love’ bezingt, het andere sjokt hij in de eerste zonnestralen naar huis, de luisteraar aan zijn zij. De duisternis schuilt in een nummer als ‘Top Scheme’, dat werd vernoemd naar een project van Balfe en Curran dat nooit het levenslicht zag. Op de kortste track van het album richt Balfe temidden van opgefokte beats zijn woede op de wereld die mensen met mentale en/of economische problemen behandelt als cijfers, als niets meer dan onderdeel van de statistieken. ‘How can we not feel this rage? When the therapy costs more than half your wage’, vraagt Balfe, die zag hoe arme voorsteden als Coolock leden onder de economische crisis die Ierland rond 2008 raakte. ‘It seems sometimes all the love in these songs, is not enough. ‘Cause the world is fucked.’

Gelukkig neemt dat denkbeeld op For Those I Love niet de overhand. Het album voelt niet alleen als een verwerking van de dood, maar ook als een viering van het leven. Balfe spant zich in om zo veel mogelijk details in drie kwartier te proppen, doet zijn best om geen enkel onderdeel van zijn leven met Curran te vergeten. In zijn teksten verwijst hij naar Grogans, een pub in het hart van Dublin en naar de Ierse cultband A Lazarus Soul. Het zijn referenties waar trots uit spreekt. Op Curran, maar ook op waarin Balfe en hij opgroeiden. In navolging van bijvoorbeeld The Murder Capitals James McGovern, maar ook Fontaines D.C.-zanger Grian Chatten weigert Balfe zijn accent af te zwakken. Dit is een plaat uit een Ierse achterbuurt, en iedereen mag dat weten.

Balfe is niet de enige die op For Those I Love aan het woord komt: voordrachten van Curran en voicemails van andere vrienden zijn verwerkt in de gelaagde producties, net als verschillende opnames die refereren aan Shelbourne FC, de voetbalclub die Curran ondanks wisselvallige resultaten en financiële malaise een warm hart toedroeg. Het intro van ‘Birthday / The Pain’ is zelfs een opname van de eerste wedstrijd na Currans overlijden, toen de harde kern van de club hem een eerbetoon bracht en Longford Town in de derde minuut van de blessuretijd met 3-2 werd verslagen.

Shelbourne was vooral Currans club. Balfe moest in het verleden vaak kiezen: geef ik mijn tientje uit aan een concertkaartje of aan het voetbal? Sinds Currans dood is Tolka Park, de thuishaven van de ‘Coolock Reds’, een religieus oord voor Balfe geworden. Meer en meer begrijpt hij hoe het voetbal voor Curran eenzelfde uitlaatklep vormde als de muziek. Hij bezoekt de wedstrijd tegen Longford en mist tot de pandemie geen wedstrijd van ‘zijn’ ploeg. Steeds meer lijkt zijn leven in het teken van dat van Curran te staan. Eind vorig jaar neemt hij zelfs een Shelbourne FC-vlag mee als hij de droom waarmaakt die Curran en hij jaren hadden gekoesterd. Aan het slot van een indrukwekkend optreden in Later… with Jools Holland toont Balfe de vlag vol trots en verbetenheid aan de camera, terwijl achter hem beelden van zijn vriendengroep op de studiomuur prijken.

Het is tekenend voor For Those I Love. Als Balfe zijn plaat af heeft, is zijn idee in eerste instantie om slechts vijfentwintig exemplaren te laten maken, om met zijn vrienden te delen. For Those I Love. Uiteindelijk besluit hij toch tot een publieke release, om juist mensen die Paul Curran niet kenden kennis te laten maken met hem en zijn kunst. Dat doet hij met volle overtuiging: als Balfe zijn verhaal afsluit, heeft de luisteraar écht het gevoel Paul Curran te kennen. Niet half zo goed als Balfe zelf natuurlijk, maar toch. In het zwaarmoedige slotakkoord ‘Leave Me Not Love’, waarin de muziek en de tekst van ‘I Have a Love’ weerklinken, verwijst Balfe naar ‘Drive’, een van de meest geliefde gedichten van Curran. ‘You lifted us from the mundane. And then you wrote ‘Drive’ and immortalised our right to life.’

In de clip bij ‘Drive’ zitten Balfe en Curran samen in de Clio. Balfe rijdt, Curran draagt voor. Het is 2014. En zonder het te weten vat Paul Curran inderdaad precies de reden waarom For Those I Love bestaat en met de buitenwereld wordt gedeeld.

From the first time I saw Michael Owen ruining a goalie’s clean sheets,

Or read ‘When I Have Fears’ by John Keats

Or put ‘Disorder’ by Joy Division on fifty times on repeat

I knew there was a reason,

A great upheaval,

Redeeming a feeling so primeval to my very being

That I burned to do something great.

And that of a moment of art,

A moment parked in a car that sparks a poem or even just a flow

Is worth more than half the world will ever know
.

Gepost door:Dirk Baart

Oude ziel en notoir anglofiel. Dirk is mede-oprichter van Front, assistent-programmeur bij Poppodium EKKO in Utrecht en marketeer bij Into The Great Wide Open en Valkhof Festival.