Front is mediapartner van de offline-editie van Rewire – op 10, 11, 12 en 18 september 2021 in Den Haag. Naast Leo Svirsky zijn ook NazarFelicia AtkinsonSarah Davachi, Loraine JamesMachinefabriek hier te zien. Meer informatie vind je op de website van Rewire.

Leo Svirsky, componist en pianist, heeft een voorliefde voor het vergankelijke van dat wat ooit tot grote hoogtes kwam. De Japanse liveshows in het laatste levensjaar van John Coltrane, etnografische opnames van verdwenen culturen, een nooit afgemaakt pianostuk dat het einde van de wereld in zou luiden. Met zijn laatste album River Without Banks en de bijbehorende liveshow hoopt hij op zijn eigen manier het verstrijken van de tijd te kunnen vastleggen.

Tekst: Ruben van Dijk

Gedurende een bijna twee uur-durend interview heeft Leo Svirsky – Russisch-Amerikaans experimenteel pianist, componist, woonachtig in Den Haag – het vooral over andere muzikanten. John Coltrane, Thelonious Monk, Marshall Allen, Scratch Orchestra, Alexander Scriabin, Bach. De encyclopedische kennis is soms maar moeilijk bij te houden, de link met Svirsky’s eigen muziek soms ver te zoeken. De passie sijpelt er hoe dan ook met gemak doorheen.

Op moment van spreken viert Svirsky’s meest recente album River Without Banks zijn tweede verjaardag. De opnames zelf zijn al ruim vier jaar oud. Mocht het de cultuursector gegund zijn, dan speelt hij in september dan eindelijk de liveshow mét band, the River Without Banks, zoals hij het al die tijd voor ogen had. Een thuiswedstrijd op het Haagse Rewire Festival.

“Een van mijn slechte gewoonten, waar ik nog altijd niet vanaf ben, is dat ik altijd veel ambitieuzer ben dan wat haalbaar is. Het is een gewoonte die werkt, maar alles wel onnodig stressvol maakt. Ik had me River Without Banks voorgesteld als ensembleproject, maar veel van de ideeën die ik had, bleken onmogelijk om in de studio vast te leggen. Om het nu live te spelen voelt als een enorme bevestiging: dat zoveel dingen in de studio niet werkten, betekent blijkbaar niet dat het niet kan. Wat op het album een tergende knip- en plakklus was, is nu veel leuker om in een jamsetting te spelen. Het voelt als gerechtigheid. In die zin ben ik nog altijd een experimenteel componist. Dus het werkt gewoon?!”

“Jezelf in een reservoir onderdompelen – dat is voor mij precies wat het maken van muziek is. Het gaat mij niet om originaliteit.”

Svirsky droomt ervan om eindeloos te touren, voortdurend andere, ellenlange sets te spelen, om vervolgens de beste uitvoeringen van de tour tot een album te kunnen knippen. À la Coltrane, of de Grateful Dead, “of misschien de [Sun Ra] Arkestra – iets minder heroïne.” Die dromen heeft hij in de afgelopen anderhalf jaar weten te temperen, vanwege de pandemie en het onnavolgbare overheidsbeleid ten opzichte van de muziekindustrie, maar ook omdat Svirsky weet dat studio en podium voor hem nog altijd aparte werelden.

De beoogde ensembleplaat werd vooral een pianoplaat. Een avontuurlijke pianoplaat welteverstaan, met genoeg gastbijdragen (van onder meer Horse Lords’ Max Eilbacher en cellist Leila Bourdreuil) en verrassende wendingen, maar met Svirsky ferm aan het roer. De reden daarvoor schuilt waarschijnlijk in de academische aanpak. De premisse van River Without Banks stoelde Svirsky op ‘heterofonie’, of meerstemmigheid: in plaats van een of meerdere partijen die dezelfde melodie op dezelfde manier, in dezelfde toon spelen, zoals in het gros van westerse muziek, hoor je hier ieder instrument een ‘eigen’ versie spelen. “Een ensemble waar de individuele stemmen overeind blijven.”

“Er is een gezegde van Heraclitus: ‘Men kan niet tweemaal in dezelfde rivier stappen.’ Op dit album combineer ik, in het geval van de piano, twee verschillende lezingen van dezelfde muziek, waardoor een soort ritmepatroon ontstaat – een hele ongewone vorm van reverb. Het geeft een gevoel van ruimtelijkheid. En al die onregelmatigheden in mijn eigen pianospel – dat is hoe een mens een melodie leest.” Volgens Svirsky is men zich vaak niet bewust dat alles dat men hoort door een microfoon is opgenomen. Wat de luisteraar hoort op River Without Banks is niet alleen het resultaat, maar ook het proces, “het idee dat het verlopen der tijd is vastgelegd.”   

Zelf luistert Svirsky tegenwoordig vrijwel uitsluitend naar etnografische opnames waarin heterofonie ook de norm is. Hij noemt onder meer de opnames die etnomusicoloog Paul Berliner maakte van Zimbabwaanse mbira-muzikanten voor zijn boek The Soul of Mbira ­– een vakklassieker. “Het zijn opnames uit de jaren zeventig van muzikanten die die periode [de Zimbabwaanse Onafhankelijkheidsoorlog (1964-1979), red.] niet hebben overleefd. En hoewel muzikanten die muziek nog altijd bestuderen, blijf je je ervan bewust dat de microfoon een leven heeft opgenomen dat niet meer bestaat.” Een ander voorbeeld: “Als je naar een Russisch dorpskoor luistert uit de vroege twintigste eeuw – daar hoor je zoveel dingen, zoveel verschillende harmonieën, zoveel affecten die er gewoon niet meer zijn, in ieder geval niet in die vorm.”

De muziek die voor Svirsky van groot belang is geweest komt vrijwel uitsluitend voort uit spiritualiteit en religie. Het is muziek als een momentopname, die tegelijkertijd de grenzen tussen de materiële en de geestelijke wereld poogt te ontstijgen. Een “rivier zonder oevers”, zo noemde Svirsky’s leermeester Genrikh Orlov het in zijn manuscript, Tree of Music, iets waar Svirsky met zijn laatste album een eigen invulling aan wil geven. Zonder muzikaal leentjebuur te spelen, hoopt de pianist op zijn eigen manier te vervoeren.

Daar hoort een Coltrane-quote bij. ‘It’s a big reservoir that we all dip out of,’ vertelde de jazzlegende ooit aan historicus Frank Kofsky. Svirsky: “De reden dat ik muziek maak is daar onlosmakelijk mee verbonden. Dat is voor mij precies wat het is: jezelf in een reservoir onderdompelen. Het gaat mij niet om originaliteit, maar om het vinden van de juiste sensibiliteit.”

En dus put Svirsky uit hetzelfde heilige water als Coltrane, als Ornette Coleman, als het Arkestra, als de Russische dorpskoren en de Zimbabwaanse mbira-muzikanten en als Alexander Scriabin, een van de andere grote namen waar Svirsky niet over uitgepraat raakt. De vooraanstaande Russische componist en pianist overleed vroeg in de twintigste eeuw, op 43-jarige leeftijd, maar hoort wat Svirsky betreft in hetzelfde rijtje als zijn jazzidolen, want Scriabin, dat wás spirituele jazz.

Bewijsstuk één: Scriabin’s nooit afgemaakte magnum opus, Mysterium, een megalomaan staaltje performance art avant la lettre; een orkestraal werk waarbij niemand toeschouwer, maar ieder muzikant zou zijn, dat een week zou duren, opgevoerd moest worden aan de voet van de Himalaya en uiteindelijk het einde van de wereld zou inluiden, of op z’n minst een algehele reset van de mensheid. “Het is een fascinerend stuk, omdat het niet bestaat en tegelijkertijd overal is. Het was het begin van zoveel avant-gardistisch werk… Avraamov’s Symphony of Factory Sirens, La Monte Young’s Dream House… Het lag aan de bakermat van het expressionisme.”

Mysterium kenmerkt eenzelfde soort zoektocht naar extase en vervoering als in jazz en eenzelfde soort temporeel bewustzijn als Svirsky met River Without Banks poogt te bereiken. Voor zowel Scriabin als Svirsky kan een moment alles zijn, maar is dat moment ook onlosmakelijk verbonden met zijn eigen verdwijnen.

Toch: waar Svirsky het ooit als zijn “muzikale einddoel” zag om Mysterium af te maken, bewandelt hij nu liever een ander pad. “Ik ben heel erg geïnteresseerd in de muziek die men daadwerkelijk in de Himalaya maakte, de dingen die Scriabin nooit heeft gekend. Hij was geobsedeerd met wat hij dácht dat er was. Al die dingen die hij zelf bij elkaar heeft moeten fantaseren, daar kan ik nu veel makkelijker over leren.” En ambitieus als Svirsky zelf ook is, aan iets zo megalomaan als Mysterium zal hij zich niet gauw wagen. “Het was een grote invloed op mij toen ik een stuk jonger was. Inmiddels hoef ik niet zo nodig meer de koers van alle kunst in de komende honderd jaar te beïnvloeden. Maar het is wel heel cool.”

Wat dan wel Svirsky’s muzikale einddoel is? Een moeilijke vraag. De pianist doet veel tegelijkertijd en doet er graag lang over. Naast het spelen met zijn eigen ‘Arkestra’, verdiept hij zich tegenwoordig in orgels. Met name een unieke replica van een Van Straten-pijporgel uit 1479 (onder meer door Sarah Davachi gebruikt op haar album Cantus, Descant), alleen te bespelen in het Amsterdamse Orgelpark, heeft zijn interesse. Niet zo gek: één akkoord in die bewuste kamer vervoert naar een diepgeworteld sacraal proces dat daarbuiten niet meer bestaat. Een rode draad in het werk van Svirsky.

De voorliefde voor het bovenaardse en het vergankelijke, het streven naar een verhoogd ruimte- en tijdsbesef. Het heeft een politieke dimensie waar Svirsky het liever niet in al te grote bewoordingen over heeft. Niet omdat hij zich niet bekommert om, bijvoorbeeld, een naderende klimaatapocalyps – in tegendeel. Svirsky laat liever de muziek spreken, zoals ook zijn grote voorbeelden uit de jazz. “Het is een beetje een paradox: om echt politiek te zijn moet je ook authentiek zijn en moet je er dus juist niet mee te koop gaan lopen of het er bij mensen in gaan wrijven.” Svirsky volgt het liefst wat hij “het model van Coltrane, van Cecil Taylor of Burton Greene” noemt; muzikanten die alleen al in hun deconstructieve, avantgardistisch methodes vraagtekens plaatsten bij de samenleving zoals die op dat moment bestond. “Niets is zo politiek en spiritueel als Coltrane.”

Ook Svirsky vraagt zich wel eens af: “Wat doet deze shit er allemaal toe, als we midden in een apocalyps zitten?” Maar het samenbrengen van mensen door muziek is wat het ook voor hem de moeite maakt. “Politiek in de underground draait grotendeels om het bijeenbrengen van mensen die allemaal anders denken in een fysieke ruimte, zodat ze met elkaar kunnen praten en over maatschappelijke problemen kunnen leren die verder gaan dan muziek alleen. Maar de basis is datgene dat al die mensen samen brengt.” Met een plaat op zak die de fysieke tijd en ruimte ontstijgt, hoopt Svirsky dan ook, als de tijd daar is, vooral in datgene te kunnen voorzien.

Het album River Without Banks is hier te verkrijgen. Op vrijdag 10 september speelt Leo Svirsky & The River Without Banks op Rewire. Meer informatie vind je op de website van Rewire.

Gepost door:Ruben van Dijk

Dolgelukkig melancholicus, reislustig thuisblijver. Ruben is mede-oprichter van Front & fervent platen(ver)koper. Gaat ooit een boek over Father John Misty schrijven.